Drugsgeweld in Mexico

new-infographic

24 februari 2013, Michoacán, Mexico; de bewoners van Tepalcatepec, een dorpje in de door oorlog verscheurde staat, verzamelen op het dorpsplein. Ze hebben genoeg van het aanhoudende geweld en besluiten het heft in eigen handen te nemen. Onder leiding van dokter Jose Manuel Mireles werpen ze controleposten en wegversperringen op. De autodefensas zijn geboren.

Bestaande uit gewone dorpelingen reageren ze op het onvermogen van de ordediensten om hen te beschermen tegen de nietsontziende drugskartels die sinds 2006, bij het uitbreken van de drugsoorlog, de lokale bevolking terroriseren. Deze kartels domineren al decennia lang het leven in Mexico, maar in 2006 escaleerde de situatie.

President ontketent drugsoorlog

President Felipe Calderón, die dat jaar in functie trad, besloot de kartels hard aan te pakken en ging op een uitermate agressieve manier te werk. Hij zette het leger in en richtte zich vooral op het liquideren of gevangennemen van de kartelbazen. Hiermee wilde hij vooral faam en persaandacht verwerven. mexicaanse-drugsoorlog (2) Deze strategie had echter het omgekeerde effect; het aantal moorden steeg met meer dan de helft, waardoor de regio tot de dodelijkste op de wereld behoorde. Het doodden van de kartelbazen desorganiseerde en decentraliseerde de werking van de kartels waardoor er chaos binnen de organisaties bestond, die zich weerspiegelde in een toename van geweld. Kartels vielen uit elkaar en scheurden zich af, wat resulteerde in groeiende rivaliteit en een bevolking die hier de dupe van werd. In deze regio was het vooral het Knights Templar cartel dat angst en terreur zaaide. Dit kartel affilieerde zich in 2011 met El Chapo in hun gezamenlijke strijd tegen een concurrerende bende.

Jose Mireles en de opkomst van de autodefensas

Ook de komst van een nieuwe president in 2012, kon het tij niet keren. Deze president, Enrique Peña Nieto, negeerde veelal het probleem en focuste op structurele veranderingen binnen onderwijs en economie. De bevolking kwam alleen te staan en viel ten prooi aan de moordzuchtige bendeleden. Eind 2012 bereikte het geweld een ongeziene hoogte waardoor verschillende municipaliteiten zich besloten te bewapenen. In februari 2013 wierp Jose Mireles zich op als leider van deze beweging en verschillende dorpen kwamen onder zijn bevel terecht. Deze self defense groepen verspreidden zich al snel doorheen de regio waardoor er na een jaar al 33 gemeenten zich hadden bewapend tegen de drugskartels.

In de ogen van de overheid dreigden deze volksmilities te ontsporen en een oplossing was nodig om hun opmars te stoppen. In januari 2014 begon het leger en de politiediensten met de ontwapening van de paramilitaire milities. De voornaamste strategie hiervoor is de zogenaamde legal immunity. sdg Hierbij krijgen de groepen de mogelijkheid om zonder vervolging hun wapens neer te leggen. Deze strategie combineert de overheid vaak met een opname van de autodefensas in landelijke politie-eenheden, waarbij ze nog steeds gewapend hun gemeenschappen beschermen, maar ditmaal onder het gezag van de federale overheid.

Goed of kwaad?

Niet alle militieleden geven de strijd zo eenvoudig op. Jose Manuel Mireles, de befaamde oprichter en leider van de militiebeweging, weigerde op te gaan in de structuur van de overheid. Door deze houding werd hij uit de bestuursraad van de autodefensas ontslagen en nam Papa Pitufo of ‘Grote Smurf’ de leiding van hem over. Deze coup de theatre had verdeeldheid en desorganisatie binnen de milities tot gevolg. Hierop vluchtte Mireles en probeerde hij onder te duiken om uit de handen van de overheid te blijven. In juni 2014 kwam zijn vluchtpoging ten einde wanneer hij samen met een tiental andere paramilitaire activisten werd opgepakt. Hij wordt beschuldigt van het overtreden van de Mexicaanse wapenwet.

Naamloos

Na dit schisma binnen het leiderschap van de autodefensas gaat het enkel nog bergafwaarts voor de groepering. Eens opgenomen binnen de structuren van de lokale en federale ordediensten kwamen de militieleden in de verleiding van corruptie en criminaliteit. Vetes en verraad zorgen voor verdere afbrokkeling van de centrale machtsstructuren waardoor verschillende facties elkaar met de wapens bekampen. Daarnaast zijn deze landelijke politiemachten doordrongen van bendeleden en werken vele leden nauw samen met de kartels. De lijn tussen goed en kwaad is steeds dun op het Mexicaanse platteland.

Goran Verluyten

Foto: CC Ignacia JuarezEsther VargasArmando Solis

Advertenties

Longread: de invloed van de Tachtigjarige oorlog op het ontstaan van de universiteiten in de Noordelijke Nederlanden.

Van protest naar institutionalisering

Op 10 augustus 1566 verspreidde de Beeldenstorm zich vanuit Steenvoorde over de gehele Spaanse Nederlanden. Het zogenaamde wonderjaar ging van start en luidde het begin in van een langdurig en complex conflict: de Tachtigjarige Oorlog, soms beter bekend als de Nederlandse Opstand. Deze opstand, gestart in 1566, hield uiteindelijk aan tot de ondertekening van de Vrede van Munster in 1648.[1] Verschillende Nederlandse gewesten vochten in deze oorlog voor hun onafhankelijkheid ten opzichte van de Spaanse kroon. Ze verenigden zich, onder leiding van Willem van Oranje, om hun doelen te bereiken en zich te organiseren. Terwijl deze evoluties zich voltrokken, tekenden nieuwe grenzen zich af. Deze grenzen stonden niet vast en elke ontwikkeling op politiek of militair vlak kon dan ook voor een verschuiving zorgen.[2] Bovendien ging het dagelijkse leven in beide gebieden gewoon door. Hierbij stootten beleidsvoerders regelmatig op problemen. Een land dat plots in twee verschillende entiteiten verdeeld was, moest op verschillende gebieden aangepast worden aan de situatie. Ook het academische leven in beide gebieden was aan enkele veranderingen onderhevig.

Ondanks het conflict hadden beide gebieden, net als voorheen, nood aan bekwame ambtenaren en academici. Om zich aan te passen aan de veranderende situatie voerden de universiteiten verschillende hervormingen door. Vooral in de jonge Republiek stond ook het stichten van nieuwe instellingen hoog op de agenda. Hier waren tot voor de opstand geen universiteiten en week men voor een academische studie vooral uit naar Leuven. Door de oorlog werd een studie in Leuven bemoeilijkt en was de Republiek vooral op zichzelf aangewezen. Met de stichting van de Leidse universiteit in 1575 kregen de Noordelijke Nederlanden hun eigen universiteit. In deze longread zal ik uiteenzetten hoe de universiteiten in de Noordelijke Nederlanden ontstonden en hoe de enorme vluchtelingenstroom ten gevolge van de voortdurende oorlogsdreiging daar een grote bijdrage aan leverde.[3]

 

Het Leidse Ontzet en de komst van de universiteit

Leiden, dat tot 1572 trouw was gebleven aan de Spaanse kroon, werd in 1574 ontzet na een maandenlange belegering door de watergeuzen, nadat deze de dijken hadden doorgestoken en zo de Spaanse legerkwartieren onder water lieten lopen.[4] Het Leidse ontzet bracht de stad dichterbij de prinsgezinden en vooraanstaande Leidse notabelen engageerden zich voor de verdediging van de stedelijke belangen. In de periode die hierop volgde, werd de stichting van een universiteit in de Republiek een prioriteit. De Spaanse kroon stuurde aan op vredesonderhandelingen en de Oranjegezinden wilden de stichting van de universiteit voltooien voordat de vredesonderhandelingen van start gingen. Dit om te voorkomen dat de stichting van een eigen universiteit tijdens deze onderhandelingen onmogelijk werd gemaakt. Daarom was er heel wat haast bij de oprichting van deze instelling.[5] De leiders van de opstand begonnen de nieuw gestichte staat te institutionaliseren en Leiden begon zich na de ontzetting steeds meer te profileren als de ideale plaats om een universiteit te huizen.[6]

De bevelhebber tijdens de tweede belegering en de ontzetting van de stad, Jan van der Does, was een ware duizendpoot. Naast leidinggevend figuur van de troepen in Leiden, was hij geleerd filoloog en maakte hij deel uit van het Eedverbond der Edelen. Dit verbond klaagde in 1566, via een smeekschrift, nog de vervolgingen van protestanten door de Spaanse overheid aan. Dit, in combinatie met zijn academische carrière als bibliothecaris en overtuigd humanist, maakte van hem de perfecte kandidaat om met de oprichting van de universiteit van start te gaan.[7]

Van der Does, overtuigd door Humanisme en universeel idealisme, voltooide de stichting binnen enkele weken en zorgde ervoor dat de universiteit al op 8 februari 1575 plechtig kon worden geopend. Het bleef louter bij een symbolische opening, omdat er nog amper professoren waren, en ook studenten bleven nog voor enige tijd afwezig.[8]

Toch had de aanhoudende oorlog een langzaam stijgend studentenaantal tot gevolg. Het werd voor veel personen uit de Noordelijke Nederlanden onmogelijk om een academische studie in Leuven te volgen en velen moesten dus uit noodzaak uitwijken naar Leiden. Daarnaast bracht het conflict een vluchtelingenstroom van Zuid naar Noord op gang. Vooral vanaf 1585, bij de val van Antwerpen, namen veel inwoners van de Zuidelijke Nederlanden de beslissing om de oorlogsdreiging te ontvluchten. Hierbij zochten ze veiligere oorden op in het Noorden. Het kapitaal en hun knowhow namen ze mee over de verschuivende grens. Dit zorgde meteen voor een influx van kennis in de instellingen van de Noordelijke Nederlanden, waaronder de Leidse universiteit. De vluchtelingenstroom bracht nieuwe studenten en professoren naar Leiden, waardoor de universiteit eindelijk kon gaan functioneren.[9]

 

Leiden als Bolwerk der Vrijheid

Van der Does, ook wel Dousa genoemd, nam dus samen met een aangesteld college het voortouw bij de oprichting van de universiteit. Net als Dousa had ook het college een voornamelijk humanistische visie op het leven. Deze visie ging ervan uit dat een humanistische scholing een betere samenleving kon voortbrengen. Ze hoopten via de universiteit deze gedachten uit te dragen, om zo de godsdienstige twisten die de oorlog veroorzaakten, te overstijgen. De instelling onderscheidde zich al vlug van de universiteiten aan de andere kant van de grens door haar relatieve openheid en religieuze tolerantie ten opzichte van de buitenwereld. Hierdoor groeide Leiden uit tot een ontmoetingsplaats voor academici van diverse strekkingen, zijnde katholiek of protestants. Deze open blik op het leven en de wetenschapsbeoefening trok een internationaal gamma van vooropstaande geleerden aan, waaronder Justus Lipsius.[10]

Deze geleerde is het levende voorbeeld van de invloed die de Tachtigjarige Oorlog had op het academische leven in de Nederlanden. Lipsius startte zijn studie aan het Leuvense Alma Mater in 1564, waarna hij een tijd in Rome verbleef om zich daar in de verschillende bibliotheken te verdiepen. Kort daarna kwam hij weer in Leuven terecht om daar zijn studie voort te zetten. In 1578 was de oorlogsdreiging in Leuven echter te groot geworden en besloot Lipsius te vluchten naar de Noordelijke gewesten. Hier kwam hij met hulp van zijn kennis en vroegere studiegenoot, Dousa, terecht aan de Leidse universiteit. Met behulp van Dousa kon Lipsius colleges geven in recht en geschiedenis en op deze manier bijdragen aan de groei van de jonge instelling.

Hoewel Justus Lipsius Leiden enkele jaren later alweer verliet en in Mainz opnieuw trouw zwoer aan het katholicisme, is zijn bijdrage van onschatbare waarde geweest voor de universiteit en zijn verdere groei. Vele intellectuelen volgden het pad van Lipsius en vonden een tolerante vrijhaven in Leiden, nadat de toestand in het Zuiden steeds penibeler werd. Bij de val van Antwerpen in 1585 kwam deze stroom pas echt op gang, toen de oorlogsverschrikkingen velen deden vluchten op zoek naar een beter leven.[11]

 

Franeker en zijn theologische faculteit

De vluchtelingenstroom reikte echter verder dan Leiden. De grootste delen van de Noordelijke Nederlanden ondergingen een instroom van oorlogsvluchtelingen. Toch hadden deze vluchtelingen slechts een kleine invloed op de stichting van de tweede oudste universiteit in het Noorden. Deze universiteit, gelegen in de Friese stad Franeker, trok een onbeduidend aantal Zuid-Nederlandse studenten aan. De universiteit werd in 1585 gesticht als calvinistische universiteit om te voorzien in colleges voor studenten die niet konden afreizen naar Leiden en die bovendien in conflict lagen met de tolerante houding van Leiden ten opzichte van de katholieke leer. Het kleine aantal studenten afkomstig uit het Zuiden bestond voornamelijk uit hardline calvinisten, die gevlucht waren uit Leuven en waarvan de religieuze gedachtegang niet strookte met die van de Leidse universiteit.

De Oranjes en hun calvinistische raadsheren zagen Franeker als een machtsbasis voor het uitdragen van de calvinistische leer. Vandaar dat de theologische faculteit al snel de hoogste populariteit kende. Vanaf 1585 begonnen de machthebbers in het Noorden meer en meer te beseffen dat de institutionalisering van de staat prioriteit moest krijgen. De uitbouw van een eigen godsdienst, de protestantse, speelde hierbij een belangrijke rol. Om dit te bereiken was de opleiding van geestelijken noodzakelijk en hierin speelde Franeker de hoofdrol. De dominees die een academische opleiding hadden genoten in Franeker, waren namelijk een belangrijk wapen in de strijd voor een onafhankelijk Noorden.[12]

 

Besluit

De eerstvolgende universiteit in het Noorden werd gesticht in Groningen in 1614, tijdens het Twaalfjarig Bestand. Hiermee voltooide de ondertussen gestichte Republiek der Verenigde Nederlanden voorlopig zijn academische infrastructuur. De opstand en de polarisatie met het Zuiden verplichtte de jonge staat tot de institutionalisering van een eigen onderwijsnet, dat verder ging dan de universitaire opleidingen. Zo werd er langzaamaan ook een net van particuliere lagere scholen en illustere scholen uitgebouwd. Met Leiden als voorbeeld volgden Franeker en Groningen al snel het academische avontuur. Elk van deze instellingen droeg, met behulp van vluchtende academici, bij tot de heropbouw van de wetenschappelijke wereld in het Noorden, zodat de Noordelijke Nederlanden tot een zelfstandige staat konden uitgroeien. Deze staat was op het vlak van hoger onderwijs niet langer afhankelijk instellingen in het Zuiden en bereikte zo een belangrijke mijlpaal in zijn onafhankelijkheid.

Goran Verluyten

Deze longread verscheen eerder op uitgeverij Jonge Historici.

NOTEN

[1] Israel, I., The Dutch Republic: Its Rise, Greatness, and Fall: 1477-1806 (Oxford 1995) 125-132.

[2] Blom, J. C.H., Lamberts, E., Geschiedenis van de Nederlanden (Amsterdam 2014) 138-145.

[3] Ruëg, W., A history of the University in Europe: Universities in Early Modern Europe, 3 dln. (Cambridge 1996) 115.

[4] Israel, The Dutch Republic, 179-190.

[5] Van Dorsten, De Leidse universiteit 400, 12.

[6] Blom en Lamberts, Geschiedenis van de Nederlanden, 135-140.

[7] Van Dorsten, J. A., De Leidse universiteit 400 (Amsterdam 1975) 10.

[8] Ibidem, 11.

[9] Briel, J., De Zuid Nederlandse immigratie 1572-1630 (Haarlem 1978) 56-58.

[10] Van Dorsten, De Leidse universiteit 400, 14.

[11] Esser, R., The Politics of Memory: The Writing of Partition in the Seventeenth-Century Low Countries (Leiden 2012) 211-215.

[12] Ottespeer, W., Werkplaatsen van Wijsheid, Geleerdheid en het Ware Geloof of de Wisselwerking tussen de Universiteiten van Leiden en Franeker (Franeker 1985) 7-25.

Terrorisme en de media: a love story?

15612961193_ab7c67d98a_k

Foto: Guillaume Galmiche

 

Van een meningsverschil met je collega tot twee entiteiten die elkaar met tanks en rakettenwerpers te lijf gaan: sinds mensenheugenis maken conflicten, zijnde groot of klein, een deel uit van een samenleving. Ook op de dag van vandaag uitten deze conflicten zich op verschillende manieren. In het bijzonder de veelbesproken gruweldaden van terreurgroepering Daesh staan, vooral na de aanslagen in Parijs, in de spotlight van de media. Deze vorm van conflict, genaamd terrorisme, doet veel vragen rijzen rond de band tussen deze organisaties en de nieuwsverschaffers die over hun daden berichten. Is er eventueel een wederzijdse verstandhouding tussen beide? En wat is de invloed van deze relatie op het nieuws dat de consument onder ogen krijgt?

Religieus terrorisme of geesteszieke schutter

Bij de definitie van dit begrip loopt het al meteen mis. Er is namelijk nog steeds geen coherente beschrijving van terrorisme die iedereen aanvaard. Dit levert in de verslaggeving hierover herhaaldelijk problemen op. De partijen raken het niet eens over het verschil tussen een terroristische organisatie en vrijheidsstrijders. Hamas is een voorbeeld van deze moeilijke evenwichtsoefening. Ook over de rol van de staat in terreur is er nog onenigheid. De lijn tussen staatsterrorisme en gelegitimeerde militaire actie is zeer dun.

Voor velen kan dit op onbenullige muggenzifterij lijken, maar deze kwestie rijkt verder dan wat juridisch touwgetrek. Zo heeft de pers vrij spel over wanneer ze wel of niet de term terrorisme hanteren in hun verslaggeving. Bijgevolg kan hun woordenschat er erg bias uitzien. Hierbij komt overwegend de dubbele standaard bij de verslaggeving over moslimextremisten en radicalen met christelijke achtergrond in de kijker. Waar de schutters van de aanslagen in Parijs op 13 november al snel onder de noemer van moslimterrorisme worden geplaatst, wordt deze lijn niet voor iedereen doorgetrokken. Zo was er op 27 november een aanval op een centrum van Planned Parenthood in het Amerikaanse Colorado Springs. Hier berichtten de nieuwsoutlets over de schutter als lone-wolf, die waarschijnlijk geestesziek was. Is niet elke persoon die dergelijke daden verricht geestesziek? En waarom volgt de media dit spoor niet bij moslimextremisme? Waarom laat men bij de Planned Parenthood aanslag het woord terrorisme weg? Beide voorvallen voldoen namelijk aan de vereisten van terreur: het plegen van geweld met demoraliserend en angstwekkend doel in functie van het bereiken van een politiek oogmerk. Beide willen angst wekken om in de toekomst praktijken te voorkomen die niet stroken met hun (vervaagde) blik op de wereld.

Sensatie en zaaien van angst

Ondanks de moeilijke relatie tussen terrorisme en de pers, hebben beide elkaar nodig. Ze hebben een wederzijdse relatie met elkaar. De definitie van terrorisme waarborgt het gebruik van de media. Angst zaaien vormt het voornaamste doel van de meeste groeperingen, en dit op een zo aanzienlijk mogelijke schaal om hun politieke doel te bereiken. De angst valt, zonder de aandacht van de nieuwsverschaffers, moeilijk te verspreiden. Terreurorganisaties doen er dan ook alles aan om deze media-aandacht op te eisen. Ze willen veel slachtoffers maken, meestal op een drukke, symbolische plaats (Twin Towers, Stade de France), en dit op een gewelddadige manier. Om zodanig de nodige aandacht voor hun zaak te verkrijgen.

De media speelt echter onbewust in op de verspreiding van deze angst. Terreur, en hoofdzakelijk die binnen de grenzen van de westerse wereld, neemt steeds vaker een aanmerkelijk deel van een journaaluitzending in. Met uitgebreide analyses, verslagen ter plaatse, spectaculaire amateurbeelden en een live twitterfeed zorgen de verslaggevers dat het publiek niets hoeft te missen. De redactie, vaak onder tijdsdruk, is goed genoeg ingelicht om te weten dat dergelijke items een groot aantal views, hits en clicks voortbrengen. De term ‘sensatie’ valt hier het best bij te plaatsen. Om een zo uitgebreid mogelijk publiek te bereiken, wordt er over dergelijke gebeurtenis menigmaal op een sensationele manier verslag gegeven, die weinig effectieve nieuwswaarde heeft. Integendeel draagt dit soort journalistiek bij aan de mate waarin de bevolking angst heeft voor bepaalde fenomenen. De sensationele en uitgebreide verslaggeving zorgt voor een vertekend beeld van de werkelijkheid.

‘De definitie van terrorisme waarborgt het gebruik van de media.’

Deze verstandhouding zorgt voor een neerwaartse spiraal, waar de media-aandacht een stijging van het aantal terroristische daden teweeg brengt. Bekend hierbij is het fenomeen van de follow up attacks. Dit soort terreur vindt meermaals plaats in de periode na een grote terroristische aanslag die uitgebreid door de media werd opgevolgd. Dergelijke copy cats voeren gelijkaardige aanslagen uit in de hoop hun politieke doel te belichten in de daaropvolgende mediastorm.

Nuance en bewustwording

Moeten we dan stoppen met de verslaggeving over terreur uit angst de wil van de terroristen te voeden? Nee, uiteraard niet, dat zou in strijd zijn met de deontologische en ethische regels die de journalistiek dient te volgen. We moeten daarentegen wel bewust zijn van deze, wellicht onbedoelde, wederzijdse relatie tussen media en terreur. De berichtgeving over dit soort gebeurtenissen moet bovendien van de nodige nuance worden voorzien. Op deze manier dient te worden voorkomen dat de bevolking op basis van ongegronde veronderstellingen en spectaculaire beelden onnodig beangstigd wordt.

Goran Verluyten

Foto: Guillaume Galmiche

El Chapo: Drugs, geweld en corruptie in Mexico

Longread over de drugsproblematiek in Mexico die grootschalige corruptie tot gevolg heeft. Een situatieschets aan de hand van het levensverhaal van Mexico’s meest beruchte drugsbaron, El Chapo.

KU Leuven blogt

DOOR GORAN VERLUYTEN. De meest beruchte drugbaron van het moment, Joaquìn ‘El Chapo’ Guzman, deed Mexico de voorbije maanden weer daveren. Hij wist namelijk op een spectaculaire manier uit de zwaarbewaakte Altiplano gevangenis te ontsnappen. Via een tunnel die onder het gevangeniscomplex doorliep wist hij de bewakers te slim af te zijn en kon hij na meer dan tien jaar weer op vrije voeten rondlopen. Zo kon hij de controle over zijn drugsimperium te herstellen en kwam Mexico opnieuw terecht in de bloederige greep van zijn kartel.

View original post 1.841 woorden meer

El Chapo: Drugs, geweld en corruptie in Mexico.

joaquin-guzman-el-chapo

Joaquín Guzman, die luistert naar de bijnaam ‘El Chapo’ zorgt de laatste weken opnieuw wereldwijd voor heel wat ophef in de media door zijn spectaculaire ontsnapping uit de zwaarbewaakte Altiplano gevangenis in Mexico. Via een tunnel die onder het gevangeniscomplex doorliep wist hij de bewakers te slim af te zijn en kon hij na meer dan tien jaar weer op vrije voeten rondlopen. Opnieuw opent zich de discussie rond corruptie bij de Mexicaanse instanties. Hoe kon Guzman zo makkelijk ontsnappen en van wie heeft hij hulp gehad? Vanwaar komen de structurele problemen die deze corruptie tot65217 gevolg hebben en zijn ze op te lossen? Wat hebben de overheden van zowel de Verenigde Staten als Mexico bovendien als antwoord klaar op deze ontsnapping, de groeiende corruptie en de vele problemen ten gevolge van de drugshandel in de regio? Dit stuk als kritische kijk op de manier waarop men de kartels aanpakt in zowel Mexico als de Verenigde Staten met de meest beruchte kartelbaas van Midden-Amerika als leidraad.

Guzman is al decennia lang de beruchte leider van het Sinaloa kartel dat sinds de jaren 80 een leiderspositie in de internationale drugstrafiek wist te verwerven door zijn meedogenloze aanpak en corporate structure. Vanuit haar machtsbasis in Sinaloa kon de organisatie een heus imperium uitbouwen dat ondertussen het merendeel van de clandestiene uitvoer van diverse narcotica naar de VS controleert. Met de winsten die El Chapo aan deze illegale doch lucratieve handel overhoudt kan hij naast Bill Gates en Vladimir Poetin op het Forbes lijstje worden geplaatst en zo worden meegerekend tot werelds meest invloedrijke personen.

Toch leek zijn jeugd niet meteen deze flamboyante levensstijl te voorspellen. Guzman groeide namelijk op in een minuscuul bergdorpje waar zijn vader veehouder was en hier en daar bijverdiende met het kweken van kleine hoeveelheden sinaasappels. De jonge Guzman verdiende zijn eerste peso’s met de verkoop van deze vruchten op de lokale markten. Het bleef echter niet bij de verkoop van sinaasappels en El Chapo ging al snel over op de verkoop van een meer winstgevende teelt: opium. Zijn vader verbouwde deze bollen op een kleine schaal, als bijverdienste, net als veel andere veehouders in de rest van de regio. Deze teelt gold dan ook als semilegaal, waar de arme boeren een tekort aan onderwijs hadden om de effecten van deze drugs te kennen en de teelt ervan meestal van vader op zoon werd overgegeven. Bovendien rijkte de hand der wet niet tot in de bergdorpjes en indien de politie er toch kwam werden deze kleine teelten vaak gedoogd of door de vingers gezien.

Guzman wist zich al snel op te werken in deze duistere circuits door het verbouwen en verhandelen van nieuwe teelten zoals marihuana en de doorvoer van grotere partijen drugs uit Zuid-Amerika zoals cocaïne. Langzaamaan veroverde hij zo de internationale drugsmarkt en de controle over de uitvoer naar de Amerikaanse markt die voor het grootste deel via Chicago verloopt. Het is vooral deze route en het ingenieuze systeem waarmee de narcotica worden getransporteerd die Guzman in de spotligimageshts hebben geplaatst. Zoals verwacht was de Amerikaanse overheid niet bepaald opgezet met de komst van een drugskartel dat zijn narcotica en disputen meebracht over de grens. Het is hoofdzakelijk de schaal waarmee El Chapo zijn producten afzet op de Amerikaanse markt die de instanties zorgen baart. Sinaloa voorziet de markt in Chicago namelijk al snel van grote hoeveelheden soft en hard drugs, waardoor het kartel zich leverancier maakt voor 90 procent van alle drugs op de straten van Chicago. Deze drugs brengen al vlug bende-gerelateerde conflicten met zich mee, waarmee de instanties zo snel mogelijk willen afrekenen. Bovendien zet El Chapo de overheden van zowel Mexico als de VS in de wind door de lachwekkende en haast cartoonachtige manier waarop de drugs het land worden binnen gesmokkeld. Via lange tunnels die onder grenstorens en controleposten doorlopen weet het kartel enorme hoeveelheden drugs te smokkelen. Het is via dergelijk soort tunnel dat El Chapo uit de gevangenis wist te ontsnappen. Zijn drugskartel staat dan ook ondertussen berucht om de ingenieuze en snelle manier waarop deze tunnels gebouwd worden.

Door deze daden belande Guzman op de hoogst mogelijke plaats betreffende criminele feiten in de VS: public enemy No. 1. Alleen Al Capone deed hem dit voor. De VS spaarde dan ook koste nog moeite om hem zo snel mogelijk achter de tralies te zien en verschillende administraties stuurden achtereenvolgens financiële hulp naar Midden-Amerika. Deze hulp diende in combinatie van trainingsprogramma’s gebruikt te worden om de drugshandel in de regio een halt toe te roepen en de kartels op te rollen. Deze war on drugs behaalde slechts minieme resultaten totdat kardinaal Juan Posadas Ocampo in 1993 werd vermoord in een bende-gerelateerd vuurgevecht. De dood van dit hoogst religieus figuur zond een ware schokgolf over Mexico en het bestrijden van de kartels werd prioriteit nummer één in het land. Er werd, met Amerikaanse hulp, een heuse klopjacht gestart op de diverse kartelleiders en Guzman kon datzelfde jaar nog gevat worden. In de daarop volgende jaren verloMexican Army Patrolor deze kartelbaas allesbehalve zijn macht over de trafiekroutes, integendeel: vanuit zijn cel breidde hij zijn machtsimperium enkel maar uit. Hij leidde voorts een extravagant leventje achter de tralies door een enorme hoeveelheid cash geld waarmee hij gevangenispersoneel omkocht en zo uiteindelijk ook wist te ontsnappen in 2001. Door maar liefst tientallen bewakers, onderhoudsmensen en politieagenten om te kopen wist hij in een wasmand de gevangenis zonder veel problemen uit te komen. Deze ontsnapping plaatste Mexico en zijn instanties in een penibele positie en kritiek volgde al snel vanuit de internationale gemeenschap op de manier waarop El Chapo wist te ontsnappen. Vooral de Amerikaanse instanties, die al een gehele tijd gepleit hadden voor een uitlevering van Guzman aan de VS, voerden de druk op de Mexicaanse overheid nu systematisch op om de drugsbaron zo snel mogelijk in te rekenen.

Toch wist El Chapo, waarschijnlijk door de juiste personen op zijn loonlijst te plaatsen, gedurende 13 jaar uit de handen van de overheid te blijven. Tot hij in 2014 weer gevat werd en in juni van 2015 opnieuw wist te ontsnappen op een hoogst spectaculaire manier, al dan niet opnieuw met de hulp van enkele corrupte gevangenisbewakers.

Deze ontsnapping is het perfecte voorbeeld van de groeiende corruptie in Mexico. Natuurlijk kan er reeds worden gewezen op het feit dat El Chapo duidelijk een voorkeursbehandeling genoot tijdens zijn opsluiting. Voorbeelden hiervan zijn talrijk. Getuigenissen geven bijvoorbeeld aan dat hij, ondanks de strenge gevangenisregels, toegang had tot grote hoeveelheden cash, drugs, alcohol en zelf vrouwen. Bovendien is uit zijn eerdere ontsnapping in 2001 reeds gebleken dat hij daar gebruik gemaakt heeft van corrupt personeel, het zou dus niet de eerste keer zijn dat dergelijk personeel hulp biedt bij de ontsnapping. De basis van deze corruptie kan in mijn inzicht, en in dat van veel anderen, geplaatst worden bij de werking van het ambtenarensysteem in Mexico. Veel openbare diensten moeten namelijk instaan voor hun eigen materieel en verdienen daarenboven erg weinig in vergelijking met andere beroepscategorieën. Deze lage lonen zorgen ervoor dat omkoperij al snel aanlokkelijk word. Vooral bij het politiekorps vormt corruptie een groot probleem, wat Mexico voor de rijke kartels een speeltuin maakt.

Wie hier ook de schuldige van moge zijn, het staat in ieder geval vast dat de perceptie van dit personage na dit voorval al weer aan heel wat verandering onderhevig is. Langs de ene kant is er de lokale bevolking die hoe langer, hoe meer de zijde van de kartelbaas kiest. Hun positie moet weliswaar in context worden geplaatst. Allereerst kan het gros van deze bevolking enkel rekenen op een bestaansminimum. Deze structurele armoede is het gevolg van een slecht overheidsbeleid in de afgelegen, maar ook urbane regio’s. De overheid zorgt hier niet, of te weinig voor onderwijs, de creatie van nieuwe jobs en een veilig ondernemingsklimaat. Hierdoor wijkt de bevolking af van het legale pad en komt ze al snel terecht in de uitgebreide illegale circuits. Bovendien zorgt een corrupt bestuurslichaam niet voor de aanpak van deze circuits, integendeel: de grootschalige corruptie is vaak een extra stimulans voor de groei van de onderwereld.

Daarenboven brengen de stunts van El Chapo bij aan zijn illustere Robin Hood imago. In regio’s waar de kartels opereren is er al weinig vertrouwen in de centrale autoriteit en figuren als Guzman die dan de rol van de overheid gedeeltelijk overnemen door te voorzien in jobs en onderwijs fungeren als plaatsvervangers voor deze absente centrale overheid. Als Guzman er dan nog eens in slaagt om deze voor schut te zetten door het uitvoeren van spectaculaire ontsnappingspogingen en het voortdurende spel van kat en muis, is zijn heldenstatus al snel verzilverd.

Toch moet de heldenstatus worden genuanceerd. El Chapo maakt namelijk veel vijanden onder de lokmexico-drug-war-violence-glanceale populatie door de voortdurende oorlog die de drugshandel met zich meebrengt. Veel families verloren familieleden in deze bloederige conflicten en zien dan ook liefst een einde komen aan de surreële situatie waarin ze zich bevinden. Vooral drama’s waarover op een grootschalige manier wordt verslag gegeven in de media zorgen ervoor dat delen van de populatie de kartels de rug toe keren. Ook uitbuiting, mensenhandel, verkrachting en bedreigingen maken deel uit van het dagelijkse leven in sommige regio’s van Mexico, waarvan vaak onschuldige personages het slachtoffer worden. De meningen over Guzman zijn dus waarschijnlijk verdeeld afhankelijk van hoe men met hem in contact is gekomen.

Wat de meningen over hem ook mogen zijn, El Chapo loopt nu vrij rond en kan zijn grootschalige drugsoperaties gewoon voortzetten. De Mexicaanse en Amerikaanse overheden staan nu voor een loodzware opgave: El Chapo opnieuw in rekenen en de regiowijde drugsproblemen zo snel mogelijk beëindigen. Daarvoor is het gevangen nemen van deze enkele drugskoning niet genoeg, maar het is wel een uitstekend begin en bovendien een sterke imago boost na de opeenvolgende flaters van de laatste tijd. De kartels hebben een dermate grote macht dat ze niet van dag op dag kunnen worden opgerold. Daarenboven blijft er altijd wel een producent zich aanbieden zolang de immense vraag naar narcotica uit de VS niet kan worden getemperd. Worden de Mexicaanse producenten uitgeschakeld, dan zal een nieuwe internationale speler klaarstaan om de rol van Mexico in deze handel over te nemen. In mijn ogen is het oprollen van de kartels haast onbegonnen werk zolang de grootschalige corruptie niet kan worden opgelost. Zolang deze organisaties wegkomen met moord en drugshandel bij het vertonen van een zak geld is hun bestaan veilig. Er zal een grootschalige mentaliteitsverandering binnen de Mexicaanse maatschappij moeten komen totdat die corruptie als een strafbaar feit ziet. In combinatie hiervan dienen de lonen van politieagenten en andere ambtenaren te stijgen zodat ze niet langer op corruptie berusten om te overleven.  Ook moet er dan naar de consumentzijde worden gekeken voor een oplossing. De vraag blijft echter: hoe ziet dergelijke oplossing eruit? Strengere bestraffingen voor drugsdelinquenten? Die zijn er al voor een groot deel, als onderdeel van de war on drugs, en deze repressieve aanpak lijkt niet zijn vruchten af te werpen. Ook drugspreventies in de vorm van onderwijs en bewustmaking worden al langer gebruikt om het drugsprobleem tegen te gaan maar ook hier lijkt het dweilen met de kraan open. Er gaan ondertussen ook stemmen op om verschillende drugs te legaliseren en de productie en verkoop ervan te regulariseren en controleren om de illegale markten plat te leggen en de aanvoer van narcotica uit Mexico zo te stoppen.

Een definitieve oplossing voor dit conflict is echter nog niet in zicht en zolang kartelbazen als Joaquìn ‘El Chapo’ Guzman de plak zwaaien in Mexico lijkt deze bloederige oorlog uitzichtloos. De verschillende landen uit de regio waaronder de VS en Mexico zullen de koppen bij elkaar moeten steken om tot een duurzame en oplossing te komen in de vorm van een internationaal actieplan. Vooral het beëindigen van de corruptie zal tot de prioriteiten moeten behoren alvorens men tot volgende stappen kan overgaan.

Goran Verluyten

Dit artikel werd ook gepubliceerd op Opiniestukken en kuleuvenblogt.

http://www.opiniestukken.nl/opiniestukken/artikel/1032/El-Chapo-Drugs-geweld-en-corruptie-in-Mexico

El Chapo: Drugs, geweld en corruptie in Mexico

Jemen: Meer dan een eeuwenoud sektarisch dispuut

Actualiteit Anders Bekeken

Yemen-Houthi-soldiers-jpg

Jemen zorgt vandaag voor nieuwe politieke beroering in het Midden-Oosten. Is dit het zoveelste conflict in de regio als gevolg van sektarische spanningen? Of is dit niet een ietwat bekrompen en simplistische voorstelling van de feiten door de meeste media? Misschien ligt een geopolitieke proxyoorlog aan de basis? Of zijn er andere sociaaleconomische factoren die mogelijk bijdragen aan dit conflict? Dit vraagt om een kritische analyse.

De situatie in Jemen neemt tegenwoordig het merendeel in van het nieuws over het buitenland en zet daarmee een nieuw gewapend conflict in het Midden-Oosten op de kaart. Dat er een conflict gaande is, is door de meesten wel geweten, maar wat er nu precies aan de hand is, blijft voor velen een vraagteken. Een antwoord op deze vraag is slechts mogelijk na een korte schets van de context waarin het conflict veroorzaakt werd.

Het Midden-Oosten kent als sinds jaar en dag strubbelingen tussen…

View original post 984 woorden meer

Jemen: Meer dan een eeuwenoud sektarisch dispuut

Yemen-Houthi-soldiers-jpg

Jemen zorgt vandaag voor nieuwe politieke beroering in het Midden-Oosten. Is dit het zoveelste conflict in de regio als gevolg van sektarische spanningen? Of is dit niet een ietwat bekrompen en simplistische voorstelling van de feiten door de meeste media? Misschien ligt een geopolitieke proxyoorlog aan de basis? Of zijn er andere sociaaleconomische factoren die mogelijk bijdragen aan dit conflict? Dit vraagt om een kritische analyse.

De situatie in Jemen neemt tegenwoordig het merendeel in van het nieuws over het buitenland en zet daarmee een nieuw gewapend conflict in het Midden-Oosten op de kaart. Dat er een conflict gaande is, is door de meesten wel geweten, maar wat er nu precies aan de hand is, blijft voor velen een vraagteken. Een antwoord op deze vraag is slechts mogelijk na een korte schets van de context waarin het conflict veroorzaakt werd.

Het Midden-Oosten kent als sinds jaar en dag strubbelingen tussen verschillende groeperingen die zowel ideologisch, religieus, territoriaal als politiek met elkaar in conflict liggen. Tegenwoordig staat vooral de strijd tussen sjiieten en soennieten in de kijker. Een eeuwenoude tegenstelling binnen de Dar Al Islam, ofwel het huis van de Islam, zorgt in ons hedendaags tijdsperk nog steeds voor een bloederige strijd in enkele islamitische landen. De strijd was weliswaar niet altijd even gewelddadig en er zijn zelf periodes waarbij beide stromingen vredig naast elkaar leefden. Een kantelmoment in deze religieuze tegenstelling is echter de heropleving van het, ietwat radicalere, twaalver-sjiisme na de Iraanse revolutie onder Ayatollah Khomeini in 1978. Hierdoor werd het Midden-Oosten duidelijk opgedeeld in landen waar sjiieten oftewel soennieten aan de macht waren. Sinds de Iraanse revolutie schikt Iran zich duidelijke in de positie als leider van de sjiieten in de regio. Langs de andere kant staan de koningen van Saudi-Arabië, die zich uitten als trouwe volgelingen van het wahabisme, een extreme stroming binnen de soennitische godsdienst.

Beide landen, zowel Iran als Saudi-Arabië willen hun leiderspositie in het Midden-Oosten vooropstellen door het steunen van guerrillabewegingen in andere landen. Dit soort oorlog, waarbij een land niet rechtstreeks in oorlog gaat met een ander land, maar de strijd voert op een ander grondgebied, noemt men in de vaktermen een proxyoorlog.

En is nu net niet Jemen het actuele schoolvoorbeeld van dergelijke proxyoorlog. Jemen is namelijk al jaren het bloederige strijdtoneel van ontelbare rebellengroeperingen, afscheidsbewegingen en terroristische organisaties. Neem hierbij dan de groeiende anti-Amerikaanse sentimenten na de invasie van Irak in 2003 en een kwade en verarmde bevolking en je bekomt al snel een explosieve cocktail van geweld die kleinschalige conflicten al snel kan ombuigen tot een regiogrote proxyoorlog waarbij de belangen verder rijken dan de landsgrenzen.

Maar wie zijn nu net die poppen, of puppets, zoals ze in het Engels wel eens genoemd worden, die gesteund en bestuurd worden door de grotere machthebbers in het Midden-Oosten? Ver moest er in het onstabiele en door oorlog verscheurde Jemen niet gezocht worden naar mogelijke bondgenoten in de strijd om de ‘juiste’ religie. Met Houthi-rebellen, een sjiitische afscheidsbeweging, in het noorden van het land is er een sterke bondgenoot gevonden voor de sjiitische landen in de regio, die mogelijk al enkele jaren deze rebellenbeweging voorzien in wapens en financiële middelen om het bestaande regime in Jemen omver te werpen. En dit leek hen schijnbaar te lukken toen de Houthi’s in september met succes de hoofdstad van het land in handen namen.

Daarnaast staat het land al enkele jaren bekent als het voornaamste opleidingscentrum voor de terroristische organisatie achter de 9/11 aanslagen: Al-Qaeda. Doordat verscheidene aanslagen op bondgenoot Amerika werden uitgevoerd door in Jemen opgeleide Jihadi, verhoogde de VS de druk op de regering in het land om de terroristische cellen hardhandig aan te pakken. Verschillende aanvallen werden uitgevoerd en de Verenigde Staten verleenden bijstand met verscheidene drone missies. Deze maatregelen zorgden voor geringe resultaten en vooral voor veel collateral damage. Dit verhoogde enkel de haatgevoelens tegenover de eigen overheid en de Verenigde Staten, en enkele burgerbewegingen besloten het heft in eigen handen te nemen door zelf de strijd aan te gaan met de terroristische cellen. Een groot deel van deze bewegingen groeiden in het zuiden uit tot groeperingen die vooral hun eigen onafhankelijkheid tot grootste doelstelling hebben en de zuidelijke havenstad Aden als uitvalbasis gebruiken.

Door de recente escalatie van het conflict en de verdere optocht van Houthi’s naar het zuiden is er een nieuwe speler op het, nu al complexe, strijdtoneel verschenen. Saudi-Arabië is namelijk sinds 23 maart als leider van de Arabische coalitie begonnen met het bombarderen van de sjiitische rebellen om deze te verstoren in hun mars naar het Zuiden. Sinds deze bombardementen is de kleinschalige burgeroorlog uitgemond in een regelrechte en totale oorlog waarbij meerdere spelers elkaar met gesofisticeerd oorlogstuig bekampen. De Arabische coalitie heeft de bombardementen tot 21 april voortgezet waarna er besloten is dat deze hun doel hadden bereikt, namelijk de opmars van de sjiitische rebellen te stoppen. Hierna hebben ze een vredesoffensief aangekondigd om de laatste verzetshaarden uit te schakelen en humanitaire hulp op te zetten zodat het door oorlog verscheurde land opnieuw aan zijn opbouw kan beginnen. Er komen echter nog steeds berichten binnen van zware bombardementen door gevechtsvliegtuigen en artilleriestellingen van de coalitie. De strijd mag dan wel verminderd zijn, een einde is echter nog lang niet in zicht.

Door deze korte schets van het conflict valt meteen op dat de situatie heel wat complexer in elkaar zit dan vaak voorgesteld door de meeste nieuwsverschaffers. Er is namelijk veel meer aan de hand dan een guerrillastrijd tussen twee stromingen binnen de Islam. Laat staan dat deze strijd louter en alleen over een geloofsovertuiging zou gaan. Dit sektarisch dispuut is weliswaar de rode draad binnen de meeste recente conflicten in het Midden-Oosten, maar onder deze oppervlakkige voorstelling gaan eerst en vooral heel wat sociaaleconomische problemen schuil die de onderlagen mobiliseren om de strijd aan te gaan met zogenaamde ‘ongelovigen’. Dit is slechts een motief dat door machtige belanghebbenden wordt gebruikt om strijders op een snelle manier te rekruteren.  Deze strijders, vaak jonge twintigers, hebben niks meer te verliezen in een maatschappij die al jaren geruïneerd wordt door conflict en economische tegenspoed. Ze worden op een effectieve manier gehersenspoeld om voor een hoger ideaal te vechten terwijl ze in feite vechten voor het behoud van de grond en olie van diegenen die hen financieren.

De bombardementen mogen dan wel zijn stopgezet en de consolidatie van de vrede mag dan wel van start zijn gegaan, een definitieve oplossing voor de gewapende conflicten in het land is er nog steeds niet. En zolang macht in de regio gebaseerd is op het bezit van land en olie en de bezitters hiervan zullen blijven inzetten op het gebruik van proxylegers is er niet meteen een einde van de conflicten in de regio in zicht.

Goran Verluyten.

Dit artikel werd gepubliceerd op opiniestukken.nl:

http://www.opiniestukken.nl/opiniestukken/artikel/967/Jemen-Meer-dan-een-eeuwenoud-sektarisch-dispuut