Drugsgeweld in Mexico

new-infographic

24 februari 2013, Michoacán, Mexico; de bewoners van Tepalcatepec, een dorpje in de door oorlog verscheurde staat, verzamelen op het dorpsplein. Ze hebben genoeg van het aanhoudende geweld en besluiten het heft in eigen handen te nemen. Onder leiding van dokter Jose Manuel Mireles werpen ze controleposten en wegversperringen op. De autodefensas zijn geboren.

Bestaande uit gewone dorpelingen reageren ze op het onvermogen van de ordediensten om hen te beschermen tegen de nietsontziende drugskartels die sinds 2006, bij het uitbreken van de drugsoorlog, de lokale bevolking terroriseren. Deze kartels domineren al decennia lang het leven in Mexico, maar in 2006 escaleerde de situatie.

President ontketent drugsoorlog

President Felipe Calderón, die dat jaar in functie trad, besloot de kartels hard aan te pakken en ging op een uitermate agressieve manier te werk. Hij zette het leger in en richtte zich vooral op het liquideren of gevangennemen van de kartelbazen. Hiermee wilde hij vooral faam en persaandacht verwerven. mexicaanse-drugsoorlog (2) Deze strategie had echter het omgekeerde effect; het aantal moorden steeg met meer dan de helft, waardoor de regio tot de dodelijkste op de wereld behoorde. Het doodden van de kartelbazen desorganiseerde en decentraliseerde de werking van de kartels waardoor er chaos binnen de organisaties bestond, die zich weerspiegelde in een toename van geweld. Kartels vielen uit elkaar en scheurden zich af, wat resulteerde in groeiende rivaliteit en een bevolking die hier de dupe van werd. In deze regio was het vooral het Knights Templar cartel dat angst en terreur zaaide. Dit kartel affilieerde zich in 2011 met El Chapo in hun gezamenlijke strijd tegen een concurrerende bende.

Jose Mireles en de opkomst van de autodefensas

Ook de komst van een nieuwe president in 2012, kon het tij niet keren. Deze president, Enrique Peña Nieto, negeerde veelal het probleem en focuste op structurele veranderingen binnen onderwijs en economie. De bevolking kwam alleen te staan en viel ten prooi aan de moordzuchtige bendeleden. Eind 2012 bereikte het geweld een ongeziene hoogte waardoor verschillende municipaliteiten zich besloten te bewapenen. In februari 2013 wierp Jose Mireles zich op als leider van deze beweging en verschillende dorpen kwamen onder zijn bevel terecht. Deze self defense groepen verspreidden zich al snel doorheen de regio waardoor er na een jaar al 33 gemeenten zich hadden bewapend tegen de drugskartels.

In de ogen van de overheid dreigden deze volksmilities te ontsporen en een oplossing was nodig om hun opmars te stoppen. In januari 2014 begon het leger en de politiediensten met de ontwapening van de paramilitaire milities. De voornaamste strategie hiervoor is de zogenaamde legal immunity. sdg Hierbij krijgen de groepen de mogelijkheid om zonder vervolging hun wapens neer te leggen. Deze strategie combineert de overheid vaak met een opname van de autodefensas in landelijke politie-eenheden, waarbij ze nog steeds gewapend hun gemeenschappen beschermen, maar ditmaal onder het gezag van de federale overheid.

Goed of kwaad?

Niet alle militieleden geven de strijd zo eenvoudig op. Jose Manuel Mireles, de befaamde oprichter en leider van de militiebeweging, weigerde op te gaan in de structuur van de overheid. Door deze houding werd hij uit de bestuursraad van de autodefensas ontslagen en nam Papa Pitufo of ‘Grote Smurf’ de leiding van hem over. Deze coup de theatre had verdeeldheid en desorganisatie binnen de milities tot gevolg. Hierop vluchtte Mireles en probeerde hij onder te duiken om uit de handen van de overheid te blijven. In juni 2014 kwam zijn vluchtpoging ten einde wanneer hij samen met een tiental andere paramilitaire activisten werd opgepakt. Hij wordt beschuldigt van het overtreden van de Mexicaanse wapenwet.

Naamloos

Na dit schisma binnen het leiderschap van de autodefensas gaat het enkel nog bergafwaarts voor de groepering. Eens opgenomen binnen de structuren van de lokale en federale ordediensten kwamen de militieleden in de verleiding van corruptie en criminaliteit. Vetes en verraad zorgen voor verdere afbrokkeling van de centrale machtsstructuren waardoor verschillende facties elkaar met de wapens bekampen. Daarnaast zijn deze landelijke politiemachten doordrongen van bendeleden en werken vele leden nauw samen met de kartels. De lijn tussen goed en kwaad is steeds dun op het Mexicaanse platteland.

Goran Verluyten

Foto: CC Ignacia JuarezEsther VargasArmando Solis

Advertenties

Terrorisme en de media: a love story?

15612961193_ab7c67d98a_k

Foto: Guillaume Galmiche

 

Van een meningsverschil met je collega tot twee entiteiten die elkaar met tanks en rakettenwerpers te lijf gaan: sinds mensenheugenis maken conflicten, zijnde groot of klein, een deel uit van een samenleving. Ook op de dag van vandaag uitten deze conflicten zich op verschillende manieren. In het bijzonder de veelbesproken gruweldaden van terreurgroepering Daesh staan, vooral na de aanslagen in Parijs, in de spotlight van de media. Deze vorm van conflict, genaamd terrorisme, doet veel vragen rijzen rond de band tussen deze organisaties en de nieuwsverschaffers die over hun daden berichten. Is er eventueel een wederzijdse verstandhouding tussen beide? En wat is de invloed van deze relatie op het nieuws dat de consument onder ogen krijgt?

Religieus terrorisme of geesteszieke schutter

Bij de definitie van dit begrip loopt het al meteen mis. Er is namelijk nog steeds geen coherente beschrijving van terrorisme die iedereen aanvaard. Dit levert in de verslaggeving hierover herhaaldelijk problemen op. De partijen raken het niet eens over het verschil tussen een terroristische organisatie en vrijheidsstrijders. Hamas is een voorbeeld van deze moeilijke evenwichtsoefening. Ook over de rol van de staat in terreur is er nog onenigheid. De lijn tussen staatsterrorisme en gelegitimeerde militaire actie is zeer dun.

Voor velen kan dit op onbenullige muggenzifterij lijken, maar deze kwestie rijkt verder dan wat juridisch touwgetrek. Zo heeft de pers vrij spel over wanneer ze wel of niet de term terrorisme hanteren in hun verslaggeving. Bijgevolg kan hun woordenschat er erg bias uitzien. Hierbij komt overwegend de dubbele standaard bij de verslaggeving over moslimextremisten en radicalen met christelijke achtergrond in de kijker. Waar de schutters van de aanslagen in Parijs op 13 november al snel onder de noemer van moslimterrorisme worden geplaatst, wordt deze lijn niet voor iedereen doorgetrokken. Zo was er op 27 november een aanval op een centrum van Planned Parenthood in het Amerikaanse Colorado Springs. Hier berichtten de nieuwsoutlets over de schutter als lone-wolf, die waarschijnlijk geestesziek was. Is niet elke persoon die dergelijke daden verricht geestesziek? En waarom volgt de media dit spoor niet bij moslimextremisme? Waarom laat men bij de Planned Parenthood aanslag het woord terrorisme weg? Beide voorvallen voldoen namelijk aan de vereisten van terreur: het plegen van geweld met demoraliserend en angstwekkend doel in functie van het bereiken van een politiek oogmerk. Beide willen angst wekken om in de toekomst praktijken te voorkomen die niet stroken met hun (vervaagde) blik op de wereld.

Sensatie en zaaien van angst

Ondanks de moeilijke relatie tussen terrorisme en de pers, hebben beide elkaar nodig. Ze hebben een wederzijdse relatie met elkaar. De definitie van terrorisme waarborgt het gebruik van de media. Angst zaaien vormt het voornaamste doel van de meeste groeperingen, en dit op een zo aanzienlijk mogelijke schaal om hun politieke doel te bereiken. De angst valt, zonder de aandacht van de nieuwsverschaffers, moeilijk te verspreiden. Terreurorganisaties doen er dan ook alles aan om deze media-aandacht op te eisen. Ze willen veel slachtoffers maken, meestal op een drukke, symbolische plaats (Twin Towers, Stade de France), en dit op een gewelddadige manier. Om zodanig de nodige aandacht voor hun zaak te verkrijgen.

De media speelt echter onbewust in op de verspreiding van deze angst. Terreur, en hoofdzakelijk die binnen de grenzen van de westerse wereld, neemt steeds vaker een aanmerkelijk deel van een journaaluitzending in. Met uitgebreide analyses, verslagen ter plaatse, spectaculaire amateurbeelden en een live twitterfeed zorgen de verslaggevers dat het publiek niets hoeft te missen. De redactie, vaak onder tijdsdruk, is goed genoeg ingelicht om te weten dat dergelijke items een groot aantal views, hits en clicks voortbrengen. De term ‘sensatie’ valt hier het best bij te plaatsen. Om een zo uitgebreid mogelijk publiek te bereiken, wordt er over dergelijke gebeurtenis menigmaal op een sensationele manier verslag gegeven, die weinig effectieve nieuwswaarde heeft. Integendeel draagt dit soort journalistiek bij aan de mate waarin de bevolking angst heeft voor bepaalde fenomenen. De sensationele en uitgebreide verslaggeving zorgt voor een vertekend beeld van de werkelijkheid.

‘De definitie van terrorisme waarborgt het gebruik van de media.’

Deze verstandhouding zorgt voor een neerwaartse spiraal, waar de media-aandacht een stijging van het aantal terroristische daden teweeg brengt. Bekend hierbij is het fenomeen van de follow up attacks. Dit soort terreur vindt meermaals plaats in de periode na een grote terroristische aanslag die uitgebreid door de media werd opgevolgd. Dergelijke copy cats voeren gelijkaardige aanslagen uit in de hoop hun politieke doel te belichten in de daaropvolgende mediastorm.

Nuance en bewustwording

Moeten we dan stoppen met de verslaggeving over terreur uit angst de wil van de terroristen te voeden? Nee, uiteraard niet, dat zou in strijd zijn met de deontologische en ethische regels die de journalistiek dient te volgen. We moeten daarentegen wel bewust zijn van deze, wellicht onbedoelde, wederzijdse relatie tussen media en terreur. De berichtgeving over dit soort gebeurtenissen moet bovendien van de nodige nuance worden voorzien. Op deze manier dient te worden voorkomen dat de bevolking op basis van ongegronde veronderstellingen en spectaculaire beelden onnodig beangstigd wordt.

Goran Verluyten

Foto: Guillaume Galmiche

El Chapo: Drugs, geweld en corruptie in Mexico.

joaquin-guzman-el-chapo

Joaquín Guzman, die luistert naar de bijnaam ‘El Chapo’ zorgt de laatste weken opnieuw wereldwijd voor heel wat ophef in de media door zijn spectaculaire ontsnapping uit de zwaarbewaakte Altiplano gevangenis in Mexico. Via een tunnel die onder het gevangeniscomplex doorliep wist hij de bewakers te slim af te zijn en kon hij na meer dan tien jaar weer op vrije voeten rondlopen. Opnieuw opent zich de discussie rond corruptie bij de Mexicaanse instanties. Hoe kon Guzman zo makkelijk ontsnappen en van wie heeft hij hulp gehad? Vanwaar komen de structurele problemen die deze corruptie tot65217 gevolg hebben en zijn ze op te lossen? Wat hebben de overheden van zowel de Verenigde Staten als Mexico bovendien als antwoord klaar op deze ontsnapping, de groeiende corruptie en de vele problemen ten gevolge van de drugshandel in de regio? Dit stuk als kritische kijk op de manier waarop men de kartels aanpakt in zowel Mexico als de Verenigde Staten met de meest beruchte kartelbaas van Midden-Amerika als leidraad.

Guzman is al decennia lang de beruchte leider van het Sinaloa kartel dat sinds de jaren 80 een leiderspositie in de internationale drugstrafiek wist te verwerven door zijn meedogenloze aanpak en corporate structure. Vanuit haar machtsbasis in Sinaloa kon de organisatie een heus imperium uitbouwen dat ondertussen het merendeel van de clandestiene uitvoer van diverse narcotica naar de VS controleert. Met de winsten die El Chapo aan deze illegale doch lucratieve handel overhoudt kan hij naast Bill Gates en Vladimir Poetin op het Forbes lijstje worden geplaatst en zo worden meegerekend tot werelds meest invloedrijke personen.

Toch leek zijn jeugd niet meteen deze flamboyante levensstijl te voorspellen. Guzman groeide namelijk op in een minuscuul bergdorpje waar zijn vader veehouder was en hier en daar bijverdiende met het kweken van kleine hoeveelheden sinaasappels. De jonge Guzman verdiende zijn eerste peso’s met de verkoop van deze vruchten op de lokale markten. Het bleef echter niet bij de verkoop van sinaasappels en El Chapo ging al snel over op de verkoop van een meer winstgevende teelt: opium. Zijn vader verbouwde deze bollen op een kleine schaal, als bijverdienste, net als veel andere veehouders in de rest van de regio. Deze teelt gold dan ook als semilegaal, waar de arme boeren een tekort aan onderwijs hadden om de effecten van deze drugs te kennen en de teelt ervan meestal van vader op zoon werd overgegeven. Bovendien rijkte de hand der wet niet tot in de bergdorpjes en indien de politie er toch kwam werden deze kleine teelten vaak gedoogd of door de vingers gezien.

Guzman wist zich al snel op te werken in deze duistere circuits door het verbouwen en verhandelen van nieuwe teelten zoals marihuana en de doorvoer van grotere partijen drugs uit Zuid-Amerika zoals cocaïne. Langzaamaan veroverde hij zo de internationale drugsmarkt en de controle over de uitvoer naar de Amerikaanse markt die voor het grootste deel via Chicago verloopt. Het is vooral deze route en het ingenieuze systeem waarmee de narcotica worden getransporteerd die Guzman in de spotligimageshts hebben geplaatst. Zoals verwacht was de Amerikaanse overheid niet bepaald opgezet met de komst van een drugskartel dat zijn narcotica en disputen meebracht over de grens. Het is hoofdzakelijk de schaal waarmee El Chapo zijn producten afzet op de Amerikaanse markt die de instanties zorgen baart. Sinaloa voorziet de markt in Chicago namelijk al snel van grote hoeveelheden soft en hard drugs, waardoor het kartel zich leverancier maakt voor 90 procent van alle drugs op de straten van Chicago. Deze drugs brengen al vlug bende-gerelateerde conflicten met zich mee, waarmee de instanties zo snel mogelijk willen afrekenen. Bovendien zet El Chapo de overheden van zowel Mexico als de VS in de wind door de lachwekkende en haast cartoonachtige manier waarop de drugs het land worden binnen gesmokkeld. Via lange tunnels die onder grenstorens en controleposten doorlopen weet het kartel enorme hoeveelheden drugs te smokkelen. Het is via dergelijk soort tunnel dat El Chapo uit de gevangenis wist te ontsnappen. Zijn drugskartel staat dan ook ondertussen berucht om de ingenieuze en snelle manier waarop deze tunnels gebouwd worden.

Door deze daden belande Guzman op de hoogst mogelijke plaats betreffende criminele feiten in de VS: public enemy No. 1. Alleen Al Capone deed hem dit voor. De VS spaarde dan ook koste nog moeite om hem zo snel mogelijk achter de tralies te zien en verschillende administraties stuurden achtereenvolgens financiële hulp naar Midden-Amerika. Deze hulp diende in combinatie van trainingsprogramma’s gebruikt te worden om de drugshandel in de regio een halt toe te roepen en de kartels op te rollen. Deze war on drugs behaalde slechts minieme resultaten totdat kardinaal Juan Posadas Ocampo in 1993 werd vermoord in een bende-gerelateerd vuurgevecht. De dood van dit hoogst religieus figuur zond een ware schokgolf over Mexico en het bestrijden van de kartels werd prioriteit nummer één in het land. Er werd, met Amerikaanse hulp, een heuse klopjacht gestart op de diverse kartelleiders en Guzman kon datzelfde jaar nog gevat worden. In de daarop volgende jaren verloMexican Army Patrolor deze kartelbaas allesbehalve zijn macht over de trafiekroutes, integendeel: vanuit zijn cel breidde hij zijn machtsimperium enkel maar uit. Hij leidde voorts een extravagant leventje achter de tralies door een enorme hoeveelheid cash geld waarmee hij gevangenispersoneel omkocht en zo uiteindelijk ook wist te ontsnappen in 2001. Door maar liefst tientallen bewakers, onderhoudsmensen en politieagenten om te kopen wist hij in een wasmand de gevangenis zonder veel problemen uit te komen. Deze ontsnapping plaatste Mexico en zijn instanties in een penibele positie en kritiek volgde al snel vanuit de internationale gemeenschap op de manier waarop El Chapo wist te ontsnappen. Vooral de Amerikaanse instanties, die al een gehele tijd gepleit hadden voor een uitlevering van Guzman aan de VS, voerden de druk op de Mexicaanse overheid nu systematisch op om de drugsbaron zo snel mogelijk in te rekenen.

Toch wist El Chapo, waarschijnlijk door de juiste personen op zijn loonlijst te plaatsen, gedurende 13 jaar uit de handen van de overheid te blijven. Tot hij in 2014 weer gevat werd en in juni van 2015 opnieuw wist te ontsnappen op een hoogst spectaculaire manier, al dan niet opnieuw met de hulp van enkele corrupte gevangenisbewakers.

Deze ontsnapping is het perfecte voorbeeld van de groeiende corruptie in Mexico. Natuurlijk kan er reeds worden gewezen op het feit dat El Chapo duidelijk een voorkeursbehandeling genoot tijdens zijn opsluiting. Voorbeelden hiervan zijn talrijk. Getuigenissen geven bijvoorbeeld aan dat hij, ondanks de strenge gevangenisregels, toegang had tot grote hoeveelheden cash, drugs, alcohol en zelf vrouwen. Bovendien is uit zijn eerdere ontsnapping in 2001 reeds gebleken dat hij daar gebruik gemaakt heeft van corrupt personeel, het zou dus niet de eerste keer zijn dat dergelijk personeel hulp biedt bij de ontsnapping. De basis van deze corruptie kan in mijn inzicht, en in dat van veel anderen, geplaatst worden bij de werking van het ambtenarensysteem in Mexico. Veel openbare diensten moeten namelijk instaan voor hun eigen materieel en verdienen daarenboven erg weinig in vergelijking met andere beroepscategorieën. Deze lage lonen zorgen ervoor dat omkoperij al snel aanlokkelijk word. Vooral bij het politiekorps vormt corruptie een groot probleem, wat Mexico voor de rijke kartels een speeltuin maakt.

Wie hier ook de schuldige van moge zijn, het staat in ieder geval vast dat de perceptie van dit personage na dit voorval al weer aan heel wat verandering onderhevig is. Langs de ene kant is er de lokale bevolking die hoe langer, hoe meer de zijde van de kartelbaas kiest. Hun positie moet weliswaar in context worden geplaatst. Allereerst kan het gros van deze bevolking enkel rekenen op een bestaansminimum. Deze structurele armoede is het gevolg van een slecht overheidsbeleid in de afgelegen, maar ook urbane regio’s. De overheid zorgt hier niet, of te weinig voor onderwijs, de creatie van nieuwe jobs en een veilig ondernemingsklimaat. Hierdoor wijkt de bevolking af van het legale pad en komt ze al snel terecht in de uitgebreide illegale circuits. Bovendien zorgt een corrupt bestuurslichaam niet voor de aanpak van deze circuits, integendeel: de grootschalige corruptie is vaak een extra stimulans voor de groei van de onderwereld.

Daarenboven brengen de stunts van El Chapo bij aan zijn illustere Robin Hood imago. In regio’s waar de kartels opereren is er al weinig vertrouwen in de centrale autoriteit en figuren als Guzman die dan de rol van de overheid gedeeltelijk overnemen door te voorzien in jobs en onderwijs fungeren als plaatsvervangers voor deze absente centrale overheid. Als Guzman er dan nog eens in slaagt om deze voor schut te zetten door het uitvoeren van spectaculaire ontsnappingspogingen en het voortdurende spel van kat en muis, is zijn heldenstatus al snel verzilverd.

Toch moet de heldenstatus worden genuanceerd. El Chapo maakt namelijk veel vijanden onder de lokmexico-drug-war-violence-glanceale populatie door de voortdurende oorlog die de drugshandel met zich meebrengt. Veel families verloren familieleden in deze bloederige conflicten en zien dan ook liefst een einde komen aan de surreële situatie waarin ze zich bevinden. Vooral drama’s waarover op een grootschalige manier wordt verslag gegeven in de media zorgen ervoor dat delen van de populatie de kartels de rug toe keren. Ook uitbuiting, mensenhandel, verkrachting en bedreigingen maken deel uit van het dagelijkse leven in sommige regio’s van Mexico, waarvan vaak onschuldige personages het slachtoffer worden. De meningen over Guzman zijn dus waarschijnlijk verdeeld afhankelijk van hoe men met hem in contact is gekomen.

Wat de meningen over hem ook mogen zijn, El Chapo loopt nu vrij rond en kan zijn grootschalige drugsoperaties gewoon voortzetten. De Mexicaanse en Amerikaanse overheden staan nu voor een loodzware opgave: El Chapo opnieuw in rekenen en de regiowijde drugsproblemen zo snel mogelijk beëindigen. Daarvoor is het gevangen nemen van deze enkele drugskoning niet genoeg, maar het is wel een uitstekend begin en bovendien een sterke imago boost na de opeenvolgende flaters van de laatste tijd. De kartels hebben een dermate grote macht dat ze niet van dag op dag kunnen worden opgerold. Daarenboven blijft er altijd wel een producent zich aanbieden zolang de immense vraag naar narcotica uit de VS niet kan worden getemperd. Worden de Mexicaanse producenten uitgeschakeld, dan zal een nieuwe internationale speler klaarstaan om de rol van Mexico in deze handel over te nemen. In mijn ogen is het oprollen van de kartels haast onbegonnen werk zolang de grootschalige corruptie niet kan worden opgelost. Zolang deze organisaties wegkomen met moord en drugshandel bij het vertonen van een zak geld is hun bestaan veilig. Er zal een grootschalige mentaliteitsverandering binnen de Mexicaanse maatschappij moeten komen totdat die corruptie als een strafbaar feit ziet. In combinatie hiervan dienen de lonen van politieagenten en andere ambtenaren te stijgen zodat ze niet langer op corruptie berusten om te overleven.  Ook moet er dan naar de consumentzijde worden gekeken voor een oplossing. De vraag blijft echter: hoe ziet dergelijke oplossing eruit? Strengere bestraffingen voor drugsdelinquenten? Die zijn er al voor een groot deel, als onderdeel van de war on drugs, en deze repressieve aanpak lijkt niet zijn vruchten af te werpen. Ook drugspreventies in de vorm van onderwijs en bewustmaking worden al langer gebruikt om het drugsprobleem tegen te gaan maar ook hier lijkt het dweilen met de kraan open. Er gaan ondertussen ook stemmen op om verschillende drugs te legaliseren en de productie en verkoop ervan te regulariseren en controleren om de illegale markten plat te leggen en de aanvoer van narcotica uit Mexico zo te stoppen.

Een definitieve oplossing voor dit conflict is echter nog niet in zicht en zolang kartelbazen als Joaquìn ‘El Chapo’ Guzman de plak zwaaien in Mexico lijkt deze bloederige oorlog uitzichtloos. De verschillende landen uit de regio waaronder de VS en Mexico zullen de koppen bij elkaar moeten steken om tot een duurzame en oplossing te komen in de vorm van een internationaal actieplan. Vooral het beëindigen van de corruptie zal tot de prioriteiten moeten behoren alvorens men tot volgende stappen kan overgaan.

Goran Verluyten

Dit artikel werd ook gepubliceerd op Opiniestukken en kuleuvenblogt.

http://www.opiniestukken.nl/opiniestukken/artikel/1032/El-Chapo-Drugs-geweld-en-corruptie-in-Mexico

El Chapo: Drugs, geweld en corruptie in Mexico

Jemen: Meer dan een eeuwenoud sektarisch dispuut

Yemen-Houthi-soldiers-jpg

Jemen zorgt vandaag voor nieuwe politieke beroering in het Midden-Oosten. Is dit het zoveelste conflict in de regio als gevolg van sektarische spanningen? Of is dit niet een ietwat bekrompen en simplistische voorstelling van de feiten door de meeste media? Misschien ligt een geopolitieke proxyoorlog aan de basis? Of zijn er andere sociaaleconomische factoren die mogelijk bijdragen aan dit conflict? Dit vraagt om een kritische analyse.

De situatie in Jemen neemt tegenwoordig het merendeel in van het nieuws over het buitenland en zet daarmee een nieuw gewapend conflict in het Midden-Oosten op de kaart. Dat er een conflict gaande is, is door de meesten wel geweten, maar wat er nu precies aan de hand is, blijft voor velen een vraagteken. Een antwoord op deze vraag is slechts mogelijk na een korte schets van de context waarin het conflict veroorzaakt werd.

Het Midden-Oosten kent als sinds jaar en dag strubbelingen tussen verschillende groeperingen die zowel ideologisch, religieus, territoriaal als politiek met elkaar in conflict liggen. Tegenwoordig staat vooral de strijd tussen sjiieten en soennieten in de kijker. Een eeuwenoude tegenstelling binnen de Dar Al Islam, ofwel het huis van de Islam, zorgt in ons hedendaags tijdsperk nog steeds voor een bloederige strijd in enkele islamitische landen. De strijd was weliswaar niet altijd even gewelddadig en er zijn zelf periodes waarbij beide stromingen vredig naast elkaar leefden. Een kantelmoment in deze religieuze tegenstelling is echter de heropleving van het, ietwat radicalere, twaalver-sjiisme na de Iraanse revolutie onder Ayatollah Khomeini in 1978. Hierdoor werd het Midden-Oosten duidelijk opgedeeld in landen waar sjiieten oftewel soennieten aan de macht waren. Sinds de Iraanse revolutie schikt Iran zich duidelijke in de positie als leider van de sjiieten in de regio. Langs de andere kant staan de koningen van Saudi-Arabië, die zich uitten als trouwe volgelingen van het wahabisme, een extreme stroming binnen de soennitische godsdienst.

Beide landen, zowel Iran als Saudi-Arabië willen hun leiderspositie in het Midden-Oosten vooropstellen door het steunen van guerrillabewegingen in andere landen. Dit soort oorlog, waarbij een land niet rechtstreeks in oorlog gaat met een ander land, maar de strijd voert op een ander grondgebied, noemt men in de vaktermen een proxyoorlog.

En is nu net niet Jemen het actuele schoolvoorbeeld van dergelijke proxyoorlog. Jemen is namelijk al jaren het bloederige strijdtoneel van ontelbare rebellengroeperingen, afscheidsbewegingen en terroristische organisaties. Neem hierbij dan de groeiende anti-Amerikaanse sentimenten na de invasie van Irak in 2003 en een kwade en verarmde bevolking en je bekomt al snel een explosieve cocktail van geweld die kleinschalige conflicten al snel kan ombuigen tot een regiogrote proxyoorlog waarbij de belangen verder rijken dan de landsgrenzen.

Maar wie zijn nu net die poppen, of puppets, zoals ze in het Engels wel eens genoemd worden, die gesteund en bestuurd worden door de grotere machthebbers in het Midden-Oosten? Ver moest er in het onstabiele en door oorlog verscheurde Jemen niet gezocht worden naar mogelijke bondgenoten in de strijd om de ‘juiste’ religie. Met Houthi-rebellen, een sjiitische afscheidsbeweging, in het noorden van het land is er een sterke bondgenoot gevonden voor de sjiitische landen in de regio, die mogelijk al enkele jaren deze rebellenbeweging voorzien in wapens en financiële middelen om het bestaande regime in Jemen omver te werpen. En dit leek hen schijnbaar te lukken toen de Houthi’s in september met succes de hoofdstad van het land in handen namen.

Daarnaast staat het land al enkele jaren bekent als het voornaamste opleidingscentrum voor de terroristische organisatie achter de 9/11 aanslagen: Al-Qaeda. Doordat verscheidene aanslagen op bondgenoot Amerika werden uitgevoerd door in Jemen opgeleide Jihadi, verhoogde de VS de druk op de regering in het land om de terroristische cellen hardhandig aan te pakken. Verschillende aanvallen werden uitgevoerd en de Verenigde Staten verleenden bijstand met verscheidene drone missies. Deze maatregelen zorgden voor geringe resultaten en vooral voor veel collateral damage. Dit verhoogde enkel de haatgevoelens tegenover de eigen overheid en de Verenigde Staten, en enkele burgerbewegingen besloten het heft in eigen handen te nemen door zelf de strijd aan te gaan met de terroristische cellen. Een groot deel van deze bewegingen groeiden in het zuiden uit tot groeperingen die vooral hun eigen onafhankelijkheid tot grootste doelstelling hebben en de zuidelijke havenstad Aden als uitvalbasis gebruiken.

Door de recente escalatie van het conflict en de verdere optocht van Houthi’s naar het zuiden is er een nieuwe speler op het, nu al complexe, strijdtoneel verschenen. Saudi-Arabië is namelijk sinds 23 maart als leider van de Arabische coalitie begonnen met het bombarderen van de sjiitische rebellen om deze te verstoren in hun mars naar het Zuiden. Sinds deze bombardementen is de kleinschalige burgeroorlog uitgemond in een regelrechte en totale oorlog waarbij meerdere spelers elkaar met gesofisticeerd oorlogstuig bekampen. De Arabische coalitie heeft de bombardementen tot 21 april voortgezet waarna er besloten is dat deze hun doel hadden bereikt, namelijk de opmars van de sjiitische rebellen te stoppen. Hierna hebben ze een vredesoffensief aangekondigd om de laatste verzetshaarden uit te schakelen en humanitaire hulp op te zetten zodat het door oorlog verscheurde land opnieuw aan zijn opbouw kan beginnen. Er komen echter nog steeds berichten binnen van zware bombardementen door gevechtsvliegtuigen en artilleriestellingen van de coalitie. De strijd mag dan wel verminderd zijn, een einde is echter nog lang niet in zicht.

Door deze korte schets van het conflict valt meteen op dat de situatie heel wat complexer in elkaar zit dan vaak voorgesteld door de meeste nieuwsverschaffers. Er is namelijk veel meer aan de hand dan een guerrillastrijd tussen twee stromingen binnen de Islam. Laat staan dat deze strijd louter en alleen over een geloofsovertuiging zou gaan. Dit sektarisch dispuut is weliswaar de rode draad binnen de meeste recente conflicten in het Midden-Oosten, maar onder deze oppervlakkige voorstelling gaan eerst en vooral heel wat sociaaleconomische problemen schuil die de onderlagen mobiliseren om de strijd aan te gaan met zogenaamde ‘ongelovigen’. Dit is slechts een motief dat door machtige belanghebbenden wordt gebruikt om strijders op een snelle manier te rekruteren.  Deze strijders, vaak jonge twintigers, hebben niks meer te verliezen in een maatschappij die al jaren geruïneerd wordt door conflict en economische tegenspoed. Ze worden op een effectieve manier gehersenspoeld om voor een hoger ideaal te vechten terwijl ze in feite vechten voor het behoud van de grond en olie van diegenen die hen financieren.

De bombardementen mogen dan wel zijn stopgezet en de consolidatie van de vrede mag dan wel van start zijn gegaan, een definitieve oplossing voor de gewapende conflicten in het land is er nog steeds niet. En zolang macht in de regio gebaseerd is op het bezit van land en olie en de bezitters hiervan zullen blijven inzetten op het gebruik van proxylegers is er niet meteen een einde van de conflicten in de regio in zicht.

Goran Verluyten.

Dit artikel werd gepubliceerd op opiniestukken.nl:

http://www.opiniestukken.nl/opiniestukken/artikel/967/Jemen-Meer-dan-een-eeuwenoud-sektarisch-dispuut

De kok die plots piloot werd: Opinie over het reilen en zeilen van de hedendaagse media

642x999_7583496

Dat de manier van werken bij de Vlaamse en Nederlandse media de laatste weken nogal vaak in opspraak is gekomen in -o ironie- de Vlaamse en Nederlandse media is voor haast niemand onopgemerkt voorbij gegaan. De ene lezersbrief na de andere, opiniestuk na opiniestuk, de commentaren stapelen zich langzaam op. Ook de reacties op sociale media liegen er niet om, er is duidelijk wat aan de hand in het Vlaamse medialandschap. Maar wat, en valt het op te lossen?

Het beheerst onze media hoogstwaarschijnlijk al een tijdje, maar god wat hebben we er de laatste tijd een overvloed aan: sensatie! Om de dingen bij naam te noemen, sensatie, dat Van Dale definieert als een sterke beroering door een verrassend voorval of bericht. Dit simpele begrip zorgt momenteel voor heel wat controverse over de berichtgeving van verscheidene Vlaamse nieuwsmedia. Waaronder ook de nieuwsverschaffers die eerder als kwaliteitsvol werden beschouwd zoals De Morgen en het Journaal. En daar ligt, in mijn opinie, het grootste probleem. Dat elk nieuwsmedium zijn eigen filosofie en strategie heeft over het omgaan met actuele gebeurtenissen en het verslag hiervan, lijkt me logisch. We leven dan ook in een democratisch land waar persvrijheid hoog in het vaandel wordt gedragen, bovendien ben ik al helemaal geen fan van eenheidsworst en dus steun ik iedere interpretatie van het journalistieke metier, hoe verschillend deze ook moge zijn.

Wat mij echter stoort is dat er in de, weliswaar kleine, wereld van de Vlaamse en Nederlandse mainstream nieuwsverslaggeving geen enkele speler meer overblijft die het nieuws brengt op een genuanceerde manier. Sensatievolle feitjes worden om ter snelst online geplaatst, vaak zonder spellingscontrole en compleet met een ronkende titel die, indien de lezer het artikel aanklikt, uiteindelijk voor een teleurstelling zorgt als men er achter komt dat er in feite weinig verscholen zit achter die uitnodigende kop. Dit fenomeen gaat door het leven onder de naam clickbait, door online nieuwsverschaffers in gebruik genomen op sociale media om hun advertentieopbrengsten een boost te geven. Bovendien is niet alleen de manier waarop het nieuws zijn publiek bereikt veranderd, ook de inhoud moet er stilaan aan geloven.

Het meest schrijnende voorbeeld deed zich slechts enkele weken geleden voor: de vliegtuigcrash in de Alpen met een toestel van Germanwings. Bij de berichtgeving hierover, toen er bekent raakte dat het toestel mogelijk was neergestort door toedoen van de copiloot, werd het een heuse race om zo snel mogelijk een gezicht op deze persoon te kunnen plakken, zoals de sensatie het wil. In deze race leken heel wat journalisten vergeten te zijn de bron van deze afbeelding deftig na te kijken. Ze googelden simpelweg de naam van de piloot ter sprake en haasten zich om als eerste de afbeelding op de sociale media los te laten. Wat later bleek: de foto die verspreid werd onder de ronkende krantentitels, toonde het gezicht van een naamgenoot, die in feite kok was in de Bern, nog nooit een vliegtuig had bestuurd en die daarenboven nog steeds op de aardbodem vertoefde. Naast deze lapsus in de bronnenkritiek liep de verslaggeving over dit nieuwsfeit ook nog op andere plekken spaak. Zo schuwden enkele het niet om de nabestaanden van de slachtoffers om een reactie te vragen, of doorzochten sommige onder hen het privéleven van de copiloot op zoek naar mogelijke aanleidingen voor de misdaad, die op dat moment niet eens helemaal bewezen was.

De media die hieraan schuldig bevonden werden, kregen het van een paar enkelingen behoorlijk te voortduren in diverse columns, blogberichten en opiniestukken, maar de wond werd snel gezalfd en onder het motto dat zelf de beste breister wel eens een steek laat vallen werd hen alles vergeven. Van dat andere motto over een ezel en een steen hadden sommige blijkbaar nog nooit gehoord en enkele weken later besloot een korps journalisten om zich toch maar weer aan die steen te stoten. De dood van oud-politicus Steve Stevaert joeg een schokgolf door Vlaanderen, maar het lijk was nog niet koud of nabestaande werden overspoeld met telefoontjes. Ondertussen speculeerden krantenkoppen er lustig op los en werd er alles aan gedaan om de dood van Stevaert zo sensatievol mogelijk te maken. Het zoveelste nieuwsfeit dat deze metier schaamrode wangen bezorgde.

De prangende vraag hierbij blijft dan welke nieuwswaarde een afbeelding van een betrokken persoon heeft? Of wat een lezer bijleert door een emotionele reactie van een familielid? Zijn dit soort fouten, die enkel de sensatie ten goede komen, en tegelijk zorgen voor collateral damage, die extra clicks wel waard? Is dit de richting die wij, als consumenten, uit willen met nieuwsverslaggeving?

Natuurlijk moet er hierbij enige nuance worden gebracht. Allereerst wil ik niet elke journalist of krant over de zelfde kam scheren en besef ik maar al te goed dat er over bovenstaande nieuwsfeiten in bepaalde gevallen wel correct bericht is gegeven. Ten tweede moet ook de hoge werkdruk die journalisten ervaren erkent worden, meestal veroorzaakt door de slopende concurrentie in het medialandschap. Daarnaast zijn de snelle ontwikkelingen in de wereld der journalistiek niet altijd even makkelijk te volgen en bracht de sociale media een nieuwe dimensie die voor een revolutie heeft gezorgd in verband met de snelheid waarmee de media zijn publiek bereikt.

Moet er wat tijd worden gegeven aan het vak om zich aan te passen aan de veranderlijke omstandigheden of hebben we hier te maken met het structureel probleem van een te hoge commercialisering van het nieuws? Waarbij clicks en winstcijfers boven kwaliteit staan. En waarbij het initiële doel van de journalistiek, dat van de vierde macht als onafhankelijk controleorgaan, stilaan aan de kant wordt geschoven? Indien dat laatste het geval is, moet er dan worden gepleit voor een Nieuwe Journalistiek, waarbij het winstbejag opnieuw geplaatst moet worden onder de notie van kwaliteit? Stuk voor stuk vragen die nog niet meteen voor een oplossing staan en waar eerst mogelijk nog ontelbare piloten moeten verward worden met hun naamgenoot.

Goran Verluyten

Dit artikel verscheen ook op opiniestukken.nl.
http://www.opiniestukken.nl/opiniestukken/artikel/961/Is-dit-de-richting-die-wij-als-consumenten-uit-willen-met-nieuwsverslaggeving

Borderlands: hoe een grens meer is dan een lijn op een kaart

mexicaansemuur

Toen er vorige week tijdens een oefenzitting rond de Nederlandse opstand een discussie ontsproot rond de definitie van het grensbegrip, spitste ik ogenblikkelijk de oren als was ik een Iberische Oehoe die in de wind van de nacht een geritsel hoorde van wat wel eens zijn volgende prooi zou kunnen zijn. Dit was namelijk het soort dialoog waar ik al langere tijd op zat te wachten om een paar prangende vragen op te lossen die mij al ontelbare nachten uit mijn slaap hadden gehouden.

Zeker gezien het huidige politieke klimaat in Oekraïne en het Midden-Oosten is het grensbegrip een boeiend gegeven om eens van nader bij te bekijken. Wat betekend een grens voor de verschillende staten die er door worden gevormd en wat zijn de gevolgen van diezelfde grens voor de populatie die zich op het terrein bevindt? Kan er überhaupt over een grens gesproken worden als een fysiek object of is het eerder een mentale constructie?

In het politiek en historisch wetenschappelijk debat rond deze problematiek is vooral het concept borderlands van groot belang. Deze spectaculaire notie slaat dan wel niet op de gelijknamige consolegame of een nieuwe Netflix serie, toch is het in de context van het politiek en historisch onderzoek soms even meeslepend. De borderlands, in de context die relevant is voor dit artikel, hebben betrekking tot het gebied dat ontstaat rond de grens die twee of meer entiteiten van elkaar scheidt. Bij de geboorte of verschuiving van dergelijke grens komen er stukken land tot stand waarover onzekerheid heerst tot wie ze in feite behoren. Deze onstabiele situatie zorgt voor een grens die regelmatig verschuift, maar heeft ook gevolgen op het terrein zelf. Wie heeft namelijk de jurisdictie over dergelijke gebieden? Aan welke overheid dient men belastingen te betalen en van welke staat verkrijgen ze militaire bescherming?

Deze en vele andere vragen rond dit thema worden bestudeert door borderland studies. Hieronder verstaan we de comparatieve studie naar internationale grenzen en de regio’s hier rondom. Hierbij worden economische (wie mag waar handelen en wie int de belastingen?), militaire (verovering van steden en bouwen van versterkingen), juridische (wie mag recht spreken in deze gebieden?), en religieuze (controle op naleving door staat opgelegde godsdienst) aspecten van deze problematiek onder de loep genomen. Deze studie kan zich enerzijds richten op het verre verleden of anderzijds op de moderne tijd en zelf op actuele gebeurtenissen doordat er een interdisciplinaire brug wordt gebouwd tussen geschiedkundig onderzoek enerzijds en politieke wetenschap anderzijds. Beide zijn dan wel verschillende academische disciplines, rond dit thema kunnen ze best veel van elkaar leren.

Mijn interesse rond border studies en borderland studies werd gewekt in de geschiedkundige hoek van dit thema, ik schreef mijn eerste paper als aspirant-historicus namelijk over een illuster Fransman uit de tweede helft van dillus-louis-mandrine 18e eeuw. Dit personage, een smokkelaar genaamd Louis Mandrin, bracht zijn dagen al plunderend en smokkelend door in de grensstreek tussen Frankrijk, Zwitserland en Savoy. Deze streek gold als borderland aangezien er destijds ook problemen gekend waren met wisselende jurisdicties, een moeilijke militaire controle en kwesties in verband met het ophalen van de belastingen. Vooral dit laatste is van groot belang voor het personage dat ik destijds bestudeerde. De belasting op goederen werd in Frankrijk vanaf de jaren 80 van de 17e eeuw geint door een dienst die hiervoor speciaal was opgericht; de Ferme Générale. Deze instantie werd, door de grote bedragen waarvoor zij moest instaan, al snel veel machtiger dan eerst bedoeld. Door corruptie, machtsmisbruik en politieke spelletjes hadden ze dermate veel macht verworven dat ze in veel gebieden de leiding hadden verworven over het doen en laten van de bevolking aldaar. En dan vooral in de grensstreken, waar veel goederen binnen kwamen, was hun imperium aanzienlijk. Door eerdere confrontaties met de Ferme Générale, een gewelddadige jeugd en een neus voor crimineel opportunisme begon Mandrin in de 18e eeuw gigantische smokkeloperaties uit te voeren die hem veel roem brachten onder de lokale bevolking waaraan hij de niet-getaxeerde, en bijgevolg goedkopere, goederen kon leveren.

Mandrin vormt slechts een enkel, weliswaar spectaculair, voorbeeld uit de geschiedenis dat interessant kan zijn voor borderland studies. Er zijn, naast dat van deze heldhaftige smokkelaar, ontelbaar meer case-studies die ons meer vertellen over het reilen en zeilen van grensregio’s op allerhande vlakken doorheen de gehele geschiedenis, of zelf in verband met actuele internationale conflicten. Voor dit artikel kan het anders bekijken van dergelijke actuele internationale conflicten voor een kritische analyse zorgen die deze conflicten mogelijk in een nieuw perspectief kan plaatsen en zo kan afgemeten worden tegen de berichtgeving hierover in de media.

Een dergelijk conflict dat zinvol kan zijn om van nader bij te bekijken is het huidige conflict in Oekraïne. Weliswaar ontsprong het conflict niet vanuit het verplaatsen of ontstaan van een grens, wel uit een gewelddadige revolutie ten gevolge van een al dan kortere toenadering met de Europese Unie, toch hebben borderlands hier wel degelijk een invloed. Allereerst is het Krimconflict van groot belang bij deze casus, hoewel de Krim een schiereiland is, en niet de klassieke vorm van een borderland kan aannemen, zijn er genoeg ukraine-2-19-1overeenkomsten en kenmerken die van de Krim een typische borderland kunnen maken. Toen de Krim in maart 2014 door Rusland geannexeerd werd, was er echter geen consensus onder de bevolking over deze annexatie. De bevolking van de Krim bestaat namelijk voor ongeveer twaalf procent uit Krim-Tartaren. Deze oorspronkelijk islamitisch Turkse bevolking is voor het overgrote deel tegen een aanhechting met Rusland doordat ze tijdens de Sovjet periode door Stalin gedeporteerd werden en hiertegenover nog steeds wrange gevoelens hebben. Daarnaast zijn er op het schiereiland ook heel wat Oekraïners die eveneens tegen de aanhechting met de Russische Federatie gekeerd zijn. Het conflict tussen voor- en tegenstanders van de verplaatsing van dergelijke grens is typisch voor een borderland en bepaalt ook voor een groot deel wat er op politiek vlak ondernomen wordt in het grensgebied. Ook opmilitair vlak is de Krim van groot belang voor beide landen, Rusland heeft de haven van Sebastopol namelijk al tientallen jaren in pachtleen van de Oekraïense staat om plaats te bieden aan een deel van de Russische vloot. Deze haven is van dermate groot militair belang door de directe toegang tot Zwarte Zee en de Zee van Azov. De inname van de Krim was hoogstwaarschijnlijk een last resort om dit strategisch punt te behouden.

Naast de Krim kent het conflict in Oekraïne nog tal van andere gecontesteerde grensgebieden waar de macht vaak wisselt tussen pro-Russische rebellen en regeringstroepen. Vooral het Oosten van Oekraïne lijdt zwaar onder de machtsstrijd tussen deze facties. Ondertussen hebben de separatisten de steden Donetsk en Luhansk in hun greep, maar steden als Mariupol kennen een constant duw- en trekwerk tussen het Oekraïense leger en de separatisten. Mariupol vormt, als grootste industriestad van het land, een populair doelwit. Beide landen willen deze stad, die een vierde van de totale uitvoer van Oekraïne op zijn rekening kan Russia_Ukraine_Crimea2_Reuters_360schrijven, maar al te graag in hun eigen kamp zien. Dit industrieel bolwerk vormt bijgevolg de ideale gevalstudie om de economische uitdagingen van een borderland aan te tonen. Deze economische factoren zijn nauw verwant aan de militaire factoren die een betwist grensgebied met zich meebrengt. Wie namelijk kan uitpakken met een het aanbieden van om en beide 30000 jobs –want dat is hoeveel mensen er werken in de grootste staalfabriek van de stad- heeft natuurlijk meteen een stapje voor op de vijand.

Verder zorgen dergelijke conflicten natuurlijk ook voor humanitaire en juridische problemen in de gebieden waar de conflicten plaats hebben. Aangezien er op de meeste momenten niet duidelijk is wie er recht moet spreken en/of zorg moet dragen voor de bevolking, is deze vaak de grootste gedupeerde. Omdat het grensgebied een niemandsland wordt, vallen de gezondheidszorg, politie, rechtspraak, voedselvoorziening en hulpdiensten volledig of gedeeltelijk weg en blijven de inwoners alleen achter. Het is hierdoor dat gewapende conflicten uiterst vaak uitdraaien op een penibele humanitaire situatie. Deze is hierbij ook een ernstig gevolg van een borderland. Ook in het Oosten van Oekraïne is dit een bekend tafereel: een bevolking die vast zit tussen twee linies en die door beiden dagelijks worden gebombardeerd met burgerslachtoffers als gevolg, die daarenboven niet de juiste medische hulp kunnen ontvangen door een gebrek aan logistieke en medische diensten.

Deze gevalstudie vormt het perfect voorbeeld van een borderland en de problemen die deze met zich mee brengt. Hiervan zijn er in de geschiedenis en in de actualiteit nog ontelbare andere voorbeelden op te noemen. Het begrip van borderland zorgt ervoor dat we soortgelijke situaties in een concept kunnen gieten en zo in context kunnen leggen. Het legt daarnaast ook, zoals hierboven reeds vermeldt, een verbinding tussen de historische en politieke wetenschap en zorgt er zo voor dat er context en duidelijkheid kan geschept worden over de internationale conflicten die de wereld toen en nu bezig hielden en nog steeds houden. Met dit concept en dit artikel is dan wel niet het volledige grensbegrip verklaart, toch is er duidelijkheid gebracht rond de problemen die zich voordoen op en rondom grenzen.

Goran Verluyten

Hoe Vice de gevestigde media tegen de schenen schopt

vice-logo

Vice samenvatten in één zin? Onmogelijk. Reporters die vaak excentrieker zijn dan de onderwerpen waarover ze berichten; roken, drinken en zelf gebruik van drugs terwijl de camera draait; expliciete woordenschat die ieders grootmoeder een hartaanval zou bezorgen en een hoop andere ongeregeldheden. Dit lijkt op het eerste gezicht haast alle regels van de journalistiek te overtreden, toch is dit de onorthodoxe manier waarop Vice zijn succesformule baseerde en zo de wereld veroverde met een vernieuwende visie op de hedendaagse journalistiek.

Vice werd geboren onder de naam ‘Voice of Montreal’ in 1994 als een project van Shane Smith, een student politieke wetenschappen aan de universiteit van Carleton in Quebec. Het magazine veranderde zijn naam in 1996 in Vice  en gebruikte een DIY aanpak om over uiteenlopende onderwerpen en thema’s te berichten. In de prille jaren van het progressieve magazine werd er vooral bericht over alternatieve cshane-smithultuur, en het als ‘punk’ gelabelde blad liet niet vaak een kans liggen om te provoceren. Later, vooral na de verhuis van de kantoren naar New York in 1999, werden er steeds meer artikels geschreven over content die als nieuws kan beschouwd worden.

Hierbij verviel het rebelse karakter van het blad echter niet, de journalisten houden zich tot op de dag van vandaag nog steeds niet aan de soms strikte regels van de journalistiek. Dit is dan ook vreemd genoeg datgene dat het ondertussen reusachtige mediaplatform zo siert. Als er ergens een reportage wordt gemaakt betreft dit geen opsomming van feiten, maar een subjectieve (in de positieve zin van het woord) kijk op het besproken thema, waar de ervaringen van de reporter vaak centraal staan, volgens de logica dat deze het thema met eigen ogen heeft kunnen onderzoeken en dus een onmiskenbare rol speelt in de verslaggeving ervan. Deze methode wordt in de wereld van de journalistiek bestempeld als immersion journalism, hierbij laat de reporter zich onderdompelen in de situatie waarover hij verslag doet.

Deze gedurfde manier van verslaggeving zorgde, ondanks zijn rebelse karakter, wel voor groeiende verkoopcijfers. Vice kende vanaf dan een snelle uitbreiding en begon te experimenteren met andere thema’s. De thema’s en terreinen die succesvol bleken te zijn kregen zo een eigen rubriek. Ondertussen was men ook volop bezig met het ontwikkelen van een toegankelijke videodienst die gehost werd op Youtube. Deze bereikte al snel het grootste segment van het publiek en de succesvolle rubrieken kregen dan ook hun eigen kanaal op Youtube en een eigen website. Rond deze elementen is het imperium van Smith momenteel gebouwd en zo is Vice ondertussen veel meer dan een kleinschalig magazine waarmee het uiteindelijk allemaal startte.

Deze groei is vooral zichtbaar in de enorme uitbreiding die Vice kende, met nieuwe thema’s, series, kanalen en magazines. Zo is er een eigen serie op HBO, waarvoor het een Grammy won; een populaire muziekkanaal, Noisey, dat bovendien de verhalen en de mensen achter de muziek belicht; Vice News, waarbij reporters ter plaatse zich laten onderdompelen in de belangrijkste en soms minder belangrijke internationale conflicten. Daarnaast startte Shane onder andere Munchies, een kanaal dat zich focust op voedsel; Vice Sports, what’s in a name?; Fightland, waarbij gevechtssporten centraal staan; Motherboard, dat culturele ontwikkelingen schetst in de wereld van nu en morgen.

Een tweede deel van de succesformule van Vice zijn de vaak nogal uitgesproken journalisten, noem sommige van hen maar gerust excentriek. Dit lijkt het nieuws dat ze proberen te brengen een extra dimensie te geven. Doordat de journalist is ondergedompeld in het verhaal waarover hij bericht en daarbij ook nog opvalt, komt het feit minder feitelijk over. Tegen de meeste regels van de journalistiek in zorgt de reporter voor een emotioneel element naast de feitelijke verslaggeving. Neem nu de coverage over het conflict in Oekraïne: hierbij bevindt de verslaggever zich vaak in de voorste linies, waar ontvoering om elke hoek dreigt, waar elk moment een mortier kan inslaan. Doordat de journalist op deze momenten duidelijk in beeld komt en zo zijn emoties toont, schetst hij het reële gevaar en de gevoelens die daarmee verbonden zijn (angst, paniek, etc).

Dit groeiende imperium is een pionier in de verandering van de huidige journalistiek die het soms vertikt om progressiever te zijn en die zich bang verschuild achter gevestigde waarden en normen. Shane Smith heeft met deze normen gebroken en ging resoluut voor een andere aanpak, in het begin vanuit een ietwat anarchistische mentaliteit, later vanuit een bewuste visie die ervoor zorgde dat nieuws op een andere manier werd verleend.

Goran Verluyten