Longread: de invloed van de Tachtigjarige oorlog op het ontstaan van de universiteiten in de Noordelijke Nederlanden.

Van protest naar institutionalisering

Op 10 augustus 1566 verspreidde de Beeldenstorm zich vanuit Steenvoorde over de gehele Spaanse Nederlanden. Het zogenaamde wonderjaar ging van start en luidde het begin in van een langdurig en complex conflict: de Tachtigjarige Oorlog, soms beter bekend als de Nederlandse Opstand. Deze opstand, gestart in 1566, hield uiteindelijk aan tot de ondertekening van de Vrede van Munster in 1648.[1] Verschillende Nederlandse gewesten vochten in deze oorlog voor hun onafhankelijkheid ten opzichte van de Spaanse kroon. Ze verenigden zich, onder leiding van Willem van Oranje, om hun doelen te bereiken en zich te organiseren. Terwijl deze evoluties zich voltrokken, tekenden nieuwe grenzen zich af. Deze grenzen stonden niet vast en elke ontwikkeling op politiek of militair vlak kon dan ook voor een verschuiving zorgen.[2] Bovendien ging het dagelijkse leven in beide gebieden gewoon door. Hierbij stootten beleidsvoerders regelmatig op problemen. Een land dat plots in twee verschillende entiteiten verdeeld was, moest op verschillende gebieden aangepast worden aan de situatie. Ook het academische leven in beide gebieden was aan enkele veranderingen onderhevig.

Ondanks het conflict hadden beide gebieden, net als voorheen, nood aan bekwame ambtenaren en academici. Om zich aan te passen aan de veranderende situatie voerden de universiteiten verschillende hervormingen door. Vooral in de jonge Republiek stond ook het stichten van nieuwe instellingen hoog op de agenda. Hier waren tot voor de opstand geen universiteiten en week men voor een academische studie vooral uit naar Leuven. Door de oorlog werd een studie in Leuven bemoeilijkt en was de Republiek vooral op zichzelf aangewezen. Met de stichting van de Leidse universiteit in 1575 kregen de Noordelijke Nederlanden hun eigen universiteit. In deze longread zal ik uiteenzetten hoe de universiteiten in de Noordelijke Nederlanden ontstonden en hoe de enorme vluchtelingenstroom ten gevolge van de voortdurende oorlogsdreiging daar een grote bijdrage aan leverde.[3]

 

Het Leidse Ontzet en de komst van de universiteit

Leiden, dat tot 1572 trouw was gebleven aan de Spaanse kroon, werd in 1574 ontzet na een maandenlange belegering door de watergeuzen, nadat deze de dijken hadden doorgestoken en zo de Spaanse legerkwartieren onder water lieten lopen.[4] Het Leidse ontzet bracht de stad dichterbij de prinsgezinden en vooraanstaande Leidse notabelen engageerden zich voor de verdediging van de stedelijke belangen. In de periode die hierop volgde, werd de stichting van een universiteit in de Republiek een prioriteit. De Spaanse kroon stuurde aan op vredesonderhandelingen en de Oranjegezinden wilden de stichting van de universiteit voltooien voordat de vredesonderhandelingen van start gingen. Dit om te voorkomen dat de stichting van een eigen universiteit tijdens deze onderhandelingen onmogelijk werd gemaakt. Daarom was er heel wat haast bij de oprichting van deze instelling.[5] De leiders van de opstand begonnen de nieuw gestichte staat te institutionaliseren en Leiden begon zich na de ontzetting steeds meer te profileren als de ideale plaats om een universiteit te huizen.[6]

De bevelhebber tijdens de tweede belegering en de ontzetting van de stad, Jan van der Does, was een ware duizendpoot. Naast leidinggevend figuur van de troepen in Leiden, was hij geleerd filoloog en maakte hij deel uit van het Eedverbond der Edelen. Dit verbond klaagde in 1566, via een smeekschrift, nog de vervolgingen van protestanten door de Spaanse overheid aan. Dit, in combinatie met zijn academische carrière als bibliothecaris en overtuigd humanist, maakte van hem de perfecte kandidaat om met de oprichting van de universiteit van start te gaan.[7]

Van der Does, overtuigd door Humanisme en universeel idealisme, voltooide de stichting binnen enkele weken en zorgde ervoor dat de universiteit al op 8 februari 1575 plechtig kon worden geopend. Het bleef louter bij een symbolische opening, omdat er nog amper professoren waren, en ook studenten bleven nog voor enige tijd afwezig.[8]

Toch had de aanhoudende oorlog een langzaam stijgend studentenaantal tot gevolg. Het werd voor veel personen uit de Noordelijke Nederlanden onmogelijk om een academische studie in Leuven te volgen en velen moesten dus uit noodzaak uitwijken naar Leiden. Daarnaast bracht het conflict een vluchtelingenstroom van Zuid naar Noord op gang. Vooral vanaf 1585, bij de val van Antwerpen, namen veel inwoners van de Zuidelijke Nederlanden de beslissing om de oorlogsdreiging te ontvluchten. Hierbij zochten ze veiligere oorden op in het Noorden. Het kapitaal en hun knowhow namen ze mee over de verschuivende grens. Dit zorgde meteen voor een influx van kennis in de instellingen van de Noordelijke Nederlanden, waaronder de Leidse universiteit. De vluchtelingenstroom bracht nieuwe studenten en professoren naar Leiden, waardoor de universiteit eindelijk kon gaan functioneren.[9]

 

Leiden als Bolwerk der Vrijheid

Van der Does, ook wel Dousa genoemd, nam dus samen met een aangesteld college het voortouw bij de oprichting van de universiteit. Net als Dousa had ook het college een voornamelijk humanistische visie op het leven. Deze visie ging ervan uit dat een humanistische scholing een betere samenleving kon voortbrengen. Ze hoopten via de universiteit deze gedachten uit te dragen, om zo de godsdienstige twisten die de oorlog veroorzaakten, te overstijgen. De instelling onderscheidde zich al vlug van de universiteiten aan de andere kant van de grens door haar relatieve openheid en religieuze tolerantie ten opzichte van de buitenwereld. Hierdoor groeide Leiden uit tot een ontmoetingsplaats voor academici van diverse strekkingen, zijnde katholiek of protestants. Deze open blik op het leven en de wetenschapsbeoefening trok een internationaal gamma van vooropstaande geleerden aan, waaronder Justus Lipsius.[10]

Deze geleerde is het levende voorbeeld van de invloed die de Tachtigjarige Oorlog had op het academische leven in de Nederlanden. Lipsius startte zijn studie aan het Leuvense Alma Mater in 1564, waarna hij een tijd in Rome verbleef om zich daar in de verschillende bibliotheken te verdiepen. Kort daarna kwam hij weer in Leuven terecht om daar zijn studie voort te zetten. In 1578 was de oorlogsdreiging in Leuven echter te groot geworden en besloot Lipsius te vluchten naar de Noordelijke gewesten. Hier kwam hij met hulp van zijn kennis en vroegere studiegenoot, Dousa, terecht aan de Leidse universiteit. Met behulp van Dousa kon Lipsius colleges geven in recht en geschiedenis en op deze manier bijdragen aan de groei van de jonge instelling.

Hoewel Justus Lipsius Leiden enkele jaren later alweer verliet en in Mainz opnieuw trouw zwoer aan het katholicisme, is zijn bijdrage van onschatbare waarde geweest voor de universiteit en zijn verdere groei. Vele intellectuelen volgden het pad van Lipsius en vonden een tolerante vrijhaven in Leiden, nadat de toestand in het Zuiden steeds penibeler werd. Bij de val van Antwerpen in 1585 kwam deze stroom pas echt op gang, toen de oorlogsverschrikkingen velen deden vluchten op zoek naar een beter leven.[11]

 

Franeker en zijn theologische faculteit

De vluchtelingenstroom reikte echter verder dan Leiden. De grootste delen van de Noordelijke Nederlanden ondergingen een instroom van oorlogsvluchtelingen. Toch hadden deze vluchtelingen slechts een kleine invloed op de stichting van de tweede oudste universiteit in het Noorden. Deze universiteit, gelegen in de Friese stad Franeker, trok een onbeduidend aantal Zuid-Nederlandse studenten aan. De universiteit werd in 1585 gesticht als calvinistische universiteit om te voorzien in colleges voor studenten die niet konden afreizen naar Leiden en die bovendien in conflict lagen met de tolerante houding van Leiden ten opzichte van de katholieke leer. Het kleine aantal studenten afkomstig uit het Zuiden bestond voornamelijk uit hardline calvinisten, die gevlucht waren uit Leuven en waarvan de religieuze gedachtegang niet strookte met die van de Leidse universiteit.

De Oranjes en hun calvinistische raadsheren zagen Franeker als een machtsbasis voor het uitdragen van de calvinistische leer. Vandaar dat de theologische faculteit al snel de hoogste populariteit kende. Vanaf 1585 begonnen de machthebbers in het Noorden meer en meer te beseffen dat de institutionalisering van de staat prioriteit moest krijgen. De uitbouw van een eigen godsdienst, de protestantse, speelde hierbij een belangrijke rol. Om dit te bereiken was de opleiding van geestelijken noodzakelijk en hierin speelde Franeker de hoofdrol. De dominees die een academische opleiding hadden genoten in Franeker, waren namelijk een belangrijk wapen in de strijd voor een onafhankelijk Noorden.[12]

 

Besluit

De eerstvolgende universiteit in het Noorden werd gesticht in Groningen in 1614, tijdens het Twaalfjarig Bestand. Hiermee voltooide de ondertussen gestichte Republiek der Verenigde Nederlanden voorlopig zijn academische infrastructuur. De opstand en de polarisatie met het Zuiden verplichtte de jonge staat tot de institutionalisering van een eigen onderwijsnet, dat verder ging dan de universitaire opleidingen. Zo werd er langzaamaan ook een net van particuliere lagere scholen en illustere scholen uitgebouwd. Met Leiden als voorbeeld volgden Franeker en Groningen al snel het academische avontuur. Elk van deze instellingen droeg, met behulp van vluchtende academici, bij tot de heropbouw van de wetenschappelijke wereld in het Noorden, zodat de Noordelijke Nederlanden tot een zelfstandige staat konden uitgroeien. Deze staat was op het vlak van hoger onderwijs niet langer afhankelijk instellingen in het Zuiden en bereikte zo een belangrijke mijlpaal in zijn onafhankelijkheid.

Goran Verluyten

Deze longread verscheen eerder op uitgeverij Jonge Historici.

NOTEN

[1] Israel, I., The Dutch Republic: Its Rise, Greatness, and Fall: 1477-1806 (Oxford 1995) 125-132.

[2] Blom, J. C.H., Lamberts, E., Geschiedenis van de Nederlanden (Amsterdam 2014) 138-145.

[3] Ruëg, W., A history of the University in Europe: Universities in Early Modern Europe, 3 dln. (Cambridge 1996) 115.

[4] Israel, The Dutch Republic, 179-190.

[5] Van Dorsten, De Leidse universiteit 400, 12.

[6] Blom en Lamberts, Geschiedenis van de Nederlanden, 135-140.

[7] Van Dorsten, J. A., De Leidse universiteit 400 (Amsterdam 1975) 10.

[8] Ibidem, 11.

[9] Briel, J., De Zuid Nederlandse immigratie 1572-1630 (Haarlem 1978) 56-58.

[10] Van Dorsten, De Leidse universiteit 400, 14.

[11] Esser, R., The Politics of Memory: The Writing of Partition in the Seventeenth-Century Low Countries (Leiden 2012) 211-215.

[12] Ottespeer, W., Werkplaatsen van Wijsheid, Geleerdheid en het Ware Geloof of de Wisselwerking tussen de Universiteiten van Leiden en Franeker (Franeker 1985) 7-25.

El Chapo: Drugs, geweld en corruptie in Mexico.

joaquin-guzman-el-chapo

Joaquín Guzman, die luistert naar de bijnaam ‘El Chapo’ zorgt de laatste weken opnieuw wereldwijd voor heel wat ophef in de media door zijn spectaculaire ontsnapping uit de zwaarbewaakte Altiplano gevangenis in Mexico. Via een tunnel die onder het gevangeniscomplex doorliep wist hij de bewakers te slim af te zijn en kon hij na meer dan tien jaar weer op vrije voeten rondlopen. Opnieuw opent zich de discussie rond corruptie bij de Mexicaanse instanties. Hoe kon Guzman zo makkelijk ontsnappen en van wie heeft hij hulp gehad? Vanwaar komen de structurele problemen die deze corruptie tot65217 gevolg hebben en zijn ze op te lossen? Wat hebben de overheden van zowel de Verenigde Staten als Mexico bovendien als antwoord klaar op deze ontsnapping, de groeiende corruptie en de vele problemen ten gevolge van de drugshandel in de regio? Dit stuk als kritische kijk op de manier waarop men de kartels aanpakt in zowel Mexico als de Verenigde Staten met de meest beruchte kartelbaas van Midden-Amerika als leidraad.

Guzman is al decennia lang de beruchte leider van het Sinaloa kartel dat sinds de jaren 80 een leiderspositie in de internationale drugstrafiek wist te verwerven door zijn meedogenloze aanpak en corporate structure. Vanuit haar machtsbasis in Sinaloa kon de organisatie een heus imperium uitbouwen dat ondertussen het merendeel van de clandestiene uitvoer van diverse narcotica naar de VS controleert. Met de winsten die El Chapo aan deze illegale doch lucratieve handel overhoudt kan hij naast Bill Gates en Vladimir Poetin op het Forbes lijstje worden geplaatst en zo worden meegerekend tot werelds meest invloedrijke personen.

Toch leek zijn jeugd niet meteen deze flamboyante levensstijl te voorspellen. Guzman groeide namelijk op in een minuscuul bergdorpje waar zijn vader veehouder was en hier en daar bijverdiende met het kweken van kleine hoeveelheden sinaasappels. De jonge Guzman verdiende zijn eerste peso’s met de verkoop van deze vruchten op de lokale markten. Het bleef echter niet bij de verkoop van sinaasappels en El Chapo ging al snel over op de verkoop van een meer winstgevende teelt: opium. Zijn vader verbouwde deze bollen op een kleine schaal, als bijverdienste, net als veel andere veehouders in de rest van de regio. Deze teelt gold dan ook als semilegaal, waar de arme boeren een tekort aan onderwijs hadden om de effecten van deze drugs te kennen en de teelt ervan meestal van vader op zoon werd overgegeven. Bovendien rijkte de hand der wet niet tot in de bergdorpjes en indien de politie er toch kwam werden deze kleine teelten vaak gedoogd of door de vingers gezien.

Guzman wist zich al snel op te werken in deze duistere circuits door het verbouwen en verhandelen van nieuwe teelten zoals marihuana en de doorvoer van grotere partijen drugs uit Zuid-Amerika zoals cocaïne. Langzaamaan veroverde hij zo de internationale drugsmarkt en de controle over de uitvoer naar de Amerikaanse markt die voor het grootste deel via Chicago verloopt. Het is vooral deze route en het ingenieuze systeem waarmee de narcotica worden getransporteerd die Guzman in de spotligimageshts hebben geplaatst. Zoals verwacht was de Amerikaanse overheid niet bepaald opgezet met de komst van een drugskartel dat zijn narcotica en disputen meebracht over de grens. Het is hoofdzakelijk de schaal waarmee El Chapo zijn producten afzet op de Amerikaanse markt die de instanties zorgen baart. Sinaloa voorziet de markt in Chicago namelijk al snel van grote hoeveelheden soft en hard drugs, waardoor het kartel zich leverancier maakt voor 90 procent van alle drugs op de straten van Chicago. Deze drugs brengen al vlug bende-gerelateerde conflicten met zich mee, waarmee de instanties zo snel mogelijk willen afrekenen. Bovendien zet El Chapo de overheden van zowel Mexico als de VS in de wind door de lachwekkende en haast cartoonachtige manier waarop de drugs het land worden binnen gesmokkeld. Via lange tunnels die onder grenstorens en controleposten doorlopen weet het kartel enorme hoeveelheden drugs te smokkelen. Het is via dergelijk soort tunnel dat El Chapo uit de gevangenis wist te ontsnappen. Zijn drugskartel staat dan ook ondertussen berucht om de ingenieuze en snelle manier waarop deze tunnels gebouwd worden.

Door deze daden belande Guzman op de hoogst mogelijke plaats betreffende criminele feiten in de VS: public enemy No. 1. Alleen Al Capone deed hem dit voor. De VS spaarde dan ook koste nog moeite om hem zo snel mogelijk achter de tralies te zien en verschillende administraties stuurden achtereenvolgens financiële hulp naar Midden-Amerika. Deze hulp diende in combinatie van trainingsprogramma’s gebruikt te worden om de drugshandel in de regio een halt toe te roepen en de kartels op te rollen. Deze war on drugs behaalde slechts minieme resultaten totdat kardinaal Juan Posadas Ocampo in 1993 werd vermoord in een bende-gerelateerd vuurgevecht. De dood van dit hoogst religieus figuur zond een ware schokgolf over Mexico en het bestrijden van de kartels werd prioriteit nummer één in het land. Er werd, met Amerikaanse hulp, een heuse klopjacht gestart op de diverse kartelleiders en Guzman kon datzelfde jaar nog gevat worden. In de daarop volgende jaren verloMexican Army Patrolor deze kartelbaas allesbehalve zijn macht over de trafiekroutes, integendeel: vanuit zijn cel breidde hij zijn machtsimperium enkel maar uit. Hij leidde voorts een extravagant leventje achter de tralies door een enorme hoeveelheid cash geld waarmee hij gevangenispersoneel omkocht en zo uiteindelijk ook wist te ontsnappen in 2001. Door maar liefst tientallen bewakers, onderhoudsmensen en politieagenten om te kopen wist hij in een wasmand de gevangenis zonder veel problemen uit te komen. Deze ontsnapping plaatste Mexico en zijn instanties in een penibele positie en kritiek volgde al snel vanuit de internationale gemeenschap op de manier waarop El Chapo wist te ontsnappen. Vooral de Amerikaanse instanties, die al een gehele tijd gepleit hadden voor een uitlevering van Guzman aan de VS, voerden de druk op de Mexicaanse overheid nu systematisch op om de drugsbaron zo snel mogelijk in te rekenen.

Toch wist El Chapo, waarschijnlijk door de juiste personen op zijn loonlijst te plaatsen, gedurende 13 jaar uit de handen van de overheid te blijven. Tot hij in 2014 weer gevat werd en in juni van 2015 opnieuw wist te ontsnappen op een hoogst spectaculaire manier, al dan niet opnieuw met de hulp van enkele corrupte gevangenisbewakers.

Deze ontsnapping is het perfecte voorbeeld van de groeiende corruptie in Mexico. Natuurlijk kan er reeds worden gewezen op het feit dat El Chapo duidelijk een voorkeursbehandeling genoot tijdens zijn opsluiting. Voorbeelden hiervan zijn talrijk. Getuigenissen geven bijvoorbeeld aan dat hij, ondanks de strenge gevangenisregels, toegang had tot grote hoeveelheden cash, drugs, alcohol en zelf vrouwen. Bovendien is uit zijn eerdere ontsnapping in 2001 reeds gebleken dat hij daar gebruik gemaakt heeft van corrupt personeel, het zou dus niet de eerste keer zijn dat dergelijk personeel hulp biedt bij de ontsnapping. De basis van deze corruptie kan in mijn inzicht, en in dat van veel anderen, geplaatst worden bij de werking van het ambtenarensysteem in Mexico. Veel openbare diensten moeten namelijk instaan voor hun eigen materieel en verdienen daarenboven erg weinig in vergelijking met andere beroepscategorieën. Deze lage lonen zorgen ervoor dat omkoperij al snel aanlokkelijk word. Vooral bij het politiekorps vormt corruptie een groot probleem, wat Mexico voor de rijke kartels een speeltuin maakt.

Wie hier ook de schuldige van moge zijn, het staat in ieder geval vast dat de perceptie van dit personage na dit voorval al weer aan heel wat verandering onderhevig is. Langs de ene kant is er de lokale bevolking die hoe langer, hoe meer de zijde van de kartelbaas kiest. Hun positie moet weliswaar in context worden geplaatst. Allereerst kan het gros van deze bevolking enkel rekenen op een bestaansminimum. Deze structurele armoede is het gevolg van een slecht overheidsbeleid in de afgelegen, maar ook urbane regio’s. De overheid zorgt hier niet, of te weinig voor onderwijs, de creatie van nieuwe jobs en een veilig ondernemingsklimaat. Hierdoor wijkt de bevolking af van het legale pad en komt ze al snel terecht in de uitgebreide illegale circuits. Bovendien zorgt een corrupt bestuurslichaam niet voor de aanpak van deze circuits, integendeel: de grootschalige corruptie is vaak een extra stimulans voor de groei van de onderwereld.

Daarenboven brengen de stunts van El Chapo bij aan zijn illustere Robin Hood imago. In regio’s waar de kartels opereren is er al weinig vertrouwen in de centrale autoriteit en figuren als Guzman die dan de rol van de overheid gedeeltelijk overnemen door te voorzien in jobs en onderwijs fungeren als plaatsvervangers voor deze absente centrale overheid. Als Guzman er dan nog eens in slaagt om deze voor schut te zetten door het uitvoeren van spectaculaire ontsnappingspogingen en het voortdurende spel van kat en muis, is zijn heldenstatus al snel verzilverd.

Toch moet de heldenstatus worden genuanceerd. El Chapo maakt namelijk veel vijanden onder de lokmexico-drug-war-violence-glanceale populatie door de voortdurende oorlog die de drugshandel met zich meebrengt. Veel families verloren familieleden in deze bloederige conflicten en zien dan ook liefst een einde komen aan de surreële situatie waarin ze zich bevinden. Vooral drama’s waarover op een grootschalige manier wordt verslag gegeven in de media zorgen ervoor dat delen van de populatie de kartels de rug toe keren. Ook uitbuiting, mensenhandel, verkrachting en bedreigingen maken deel uit van het dagelijkse leven in sommige regio’s van Mexico, waarvan vaak onschuldige personages het slachtoffer worden. De meningen over Guzman zijn dus waarschijnlijk verdeeld afhankelijk van hoe men met hem in contact is gekomen.

Wat de meningen over hem ook mogen zijn, El Chapo loopt nu vrij rond en kan zijn grootschalige drugsoperaties gewoon voortzetten. De Mexicaanse en Amerikaanse overheden staan nu voor een loodzware opgave: El Chapo opnieuw in rekenen en de regiowijde drugsproblemen zo snel mogelijk beëindigen. Daarvoor is het gevangen nemen van deze enkele drugskoning niet genoeg, maar het is wel een uitstekend begin en bovendien een sterke imago boost na de opeenvolgende flaters van de laatste tijd. De kartels hebben een dermate grote macht dat ze niet van dag op dag kunnen worden opgerold. Daarenboven blijft er altijd wel een producent zich aanbieden zolang de immense vraag naar narcotica uit de VS niet kan worden getemperd. Worden de Mexicaanse producenten uitgeschakeld, dan zal een nieuwe internationale speler klaarstaan om de rol van Mexico in deze handel over te nemen. In mijn ogen is het oprollen van de kartels haast onbegonnen werk zolang de grootschalige corruptie niet kan worden opgelost. Zolang deze organisaties wegkomen met moord en drugshandel bij het vertonen van een zak geld is hun bestaan veilig. Er zal een grootschalige mentaliteitsverandering binnen de Mexicaanse maatschappij moeten komen totdat die corruptie als een strafbaar feit ziet. In combinatie hiervan dienen de lonen van politieagenten en andere ambtenaren te stijgen zodat ze niet langer op corruptie berusten om te overleven.  Ook moet er dan naar de consumentzijde worden gekeken voor een oplossing. De vraag blijft echter: hoe ziet dergelijke oplossing eruit? Strengere bestraffingen voor drugsdelinquenten? Die zijn er al voor een groot deel, als onderdeel van de war on drugs, en deze repressieve aanpak lijkt niet zijn vruchten af te werpen. Ook drugspreventies in de vorm van onderwijs en bewustmaking worden al langer gebruikt om het drugsprobleem tegen te gaan maar ook hier lijkt het dweilen met de kraan open. Er gaan ondertussen ook stemmen op om verschillende drugs te legaliseren en de productie en verkoop ervan te regulariseren en controleren om de illegale markten plat te leggen en de aanvoer van narcotica uit Mexico zo te stoppen.

Een definitieve oplossing voor dit conflict is echter nog niet in zicht en zolang kartelbazen als Joaquìn ‘El Chapo’ Guzman de plak zwaaien in Mexico lijkt deze bloederige oorlog uitzichtloos. De verschillende landen uit de regio waaronder de VS en Mexico zullen de koppen bij elkaar moeten steken om tot een duurzame en oplossing te komen in de vorm van een internationaal actieplan. Vooral het beëindigen van de corruptie zal tot de prioriteiten moeten behoren alvorens men tot volgende stappen kan overgaan.

Goran Verluyten

Dit artikel werd ook gepubliceerd op Opiniestukken en kuleuvenblogt.

http://www.opiniestukken.nl/opiniestukken/artikel/1032/El-Chapo-Drugs-geweld-en-corruptie-in-Mexico

El Chapo: Drugs, geweld en corruptie in Mexico

Borderlands: hoe een grens meer is dan een lijn op een kaart

mexicaansemuur

Toen er vorige week tijdens een oefenzitting rond de Nederlandse opstand een discussie ontsproot rond de definitie van het grensbegrip, spitste ik ogenblikkelijk de oren als was ik een Iberische Oehoe die in de wind van de nacht een geritsel hoorde van wat wel eens zijn volgende prooi zou kunnen zijn. Dit was namelijk het soort dialoog waar ik al langere tijd op zat te wachten om een paar prangende vragen op te lossen die mij al ontelbare nachten uit mijn slaap hadden gehouden.

Zeker gezien het huidige politieke klimaat in Oekraïne en het Midden-Oosten is het grensbegrip een boeiend gegeven om eens van nader bij te bekijken. Wat betekend een grens voor de verschillende staten die er door worden gevormd en wat zijn de gevolgen van diezelfde grens voor de populatie die zich op het terrein bevindt? Kan er überhaupt over een grens gesproken worden als een fysiek object of is het eerder een mentale constructie?

In het politiek en historisch wetenschappelijk debat rond deze problematiek is vooral het concept borderlands van groot belang. Deze spectaculaire notie slaat dan wel niet op de gelijknamige consolegame of een nieuwe Netflix serie, toch is het in de context van het politiek en historisch onderzoek soms even meeslepend. De borderlands, in de context die relevant is voor dit artikel, hebben betrekking tot het gebied dat ontstaat rond de grens die twee of meer entiteiten van elkaar scheidt. Bij de geboorte of verschuiving van dergelijke grens komen er stukken land tot stand waarover onzekerheid heerst tot wie ze in feite behoren. Deze onstabiele situatie zorgt voor een grens die regelmatig verschuift, maar heeft ook gevolgen op het terrein zelf. Wie heeft namelijk de jurisdictie over dergelijke gebieden? Aan welke overheid dient men belastingen te betalen en van welke staat verkrijgen ze militaire bescherming?

Deze en vele andere vragen rond dit thema worden bestudeert door borderland studies. Hieronder verstaan we de comparatieve studie naar internationale grenzen en de regio’s hier rondom. Hierbij worden economische (wie mag waar handelen en wie int de belastingen?), militaire (verovering van steden en bouwen van versterkingen), juridische (wie mag recht spreken in deze gebieden?), en religieuze (controle op naleving door staat opgelegde godsdienst) aspecten van deze problematiek onder de loep genomen. Deze studie kan zich enerzijds richten op het verre verleden of anderzijds op de moderne tijd en zelf op actuele gebeurtenissen doordat er een interdisciplinaire brug wordt gebouwd tussen geschiedkundig onderzoek enerzijds en politieke wetenschap anderzijds. Beide zijn dan wel verschillende academische disciplines, rond dit thema kunnen ze best veel van elkaar leren.

Mijn interesse rond border studies en borderland studies werd gewekt in de geschiedkundige hoek van dit thema, ik schreef mijn eerste paper als aspirant-historicus namelijk over een illuster Fransman uit de tweede helft van dillus-louis-mandrine 18e eeuw. Dit personage, een smokkelaar genaamd Louis Mandrin, bracht zijn dagen al plunderend en smokkelend door in de grensstreek tussen Frankrijk, Zwitserland en Savoy. Deze streek gold als borderland aangezien er destijds ook problemen gekend waren met wisselende jurisdicties, een moeilijke militaire controle en kwesties in verband met het ophalen van de belastingen. Vooral dit laatste is van groot belang voor het personage dat ik destijds bestudeerde. De belasting op goederen werd in Frankrijk vanaf de jaren 80 van de 17e eeuw geint door een dienst die hiervoor speciaal was opgericht; de Ferme Générale. Deze instantie werd, door de grote bedragen waarvoor zij moest instaan, al snel veel machtiger dan eerst bedoeld. Door corruptie, machtsmisbruik en politieke spelletjes hadden ze dermate veel macht verworven dat ze in veel gebieden de leiding hadden verworven over het doen en laten van de bevolking aldaar. En dan vooral in de grensstreken, waar veel goederen binnen kwamen, was hun imperium aanzienlijk. Door eerdere confrontaties met de Ferme Générale, een gewelddadige jeugd en een neus voor crimineel opportunisme begon Mandrin in de 18e eeuw gigantische smokkeloperaties uit te voeren die hem veel roem brachten onder de lokale bevolking waaraan hij de niet-getaxeerde, en bijgevolg goedkopere, goederen kon leveren.

Mandrin vormt slechts een enkel, weliswaar spectaculair, voorbeeld uit de geschiedenis dat interessant kan zijn voor borderland studies. Er zijn, naast dat van deze heldhaftige smokkelaar, ontelbaar meer case-studies die ons meer vertellen over het reilen en zeilen van grensregio’s op allerhande vlakken doorheen de gehele geschiedenis, of zelf in verband met actuele internationale conflicten. Voor dit artikel kan het anders bekijken van dergelijke actuele internationale conflicten voor een kritische analyse zorgen die deze conflicten mogelijk in een nieuw perspectief kan plaatsen en zo kan afgemeten worden tegen de berichtgeving hierover in de media.

Een dergelijk conflict dat zinvol kan zijn om van nader bij te bekijken is het huidige conflict in Oekraïne. Weliswaar ontsprong het conflict niet vanuit het verplaatsen of ontstaan van een grens, wel uit een gewelddadige revolutie ten gevolge van een al dan kortere toenadering met de Europese Unie, toch hebben borderlands hier wel degelijk een invloed. Allereerst is het Krimconflict van groot belang bij deze casus, hoewel de Krim een schiereiland is, en niet de klassieke vorm van een borderland kan aannemen, zijn er genoeg ukraine-2-19-1overeenkomsten en kenmerken die van de Krim een typische borderland kunnen maken. Toen de Krim in maart 2014 door Rusland geannexeerd werd, was er echter geen consensus onder de bevolking over deze annexatie. De bevolking van de Krim bestaat namelijk voor ongeveer twaalf procent uit Krim-Tartaren. Deze oorspronkelijk islamitisch Turkse bevolking is voor het overgrote deel tegen een aanhechting met Rusland doordat ze tijdens de Sovjet periode door Stalin gedeporteerd werden en hiertegenover nog steeds wrange gevoelens hebben. Daarnaast zijn er op het schiereiland ook heel wat Oekraïners die eveneens tegen de aanhechting met de Russische Federatie gekeerd zijn. Het conflict tussen voor- en tegenstanders van de verplaatsing van dergelijke grens is typisch voor een borderland en bepaalt ook voor een groot deel wat er op politiek vlak ondernomen wordt in het grensgebied. Ook opmilitair vlak is de Krim van groot belang voor beide landen, Rusland heeft de haven van Sebastopol namelijk al tientallen jaren in pachtleen van de Oekraïense staat om plaats te bieden aan een deel van de Russische vloot. Deze haven is van dermate groot militair belang door de directe toegang tot Zwarte Zee en de Zee van Azov. De inname van de Krim was hoogstwaarschijnlijk een last resort om dit strategisch punt te behouden.

Naast de Krim kent het conflict in Oekraïne nog tal van andere gecontesteerde grensgebieden waar de macht vaak wisselt tussen pro-Russische rebellen en regeringstroepen. Vooral het Oosten van Oekraïne lijdt zwaar onder de machtsstrijd tussen deze facties. Ondertussen hebben de separatisten de steden Donetsk en Luhansk in hun greep, maar steden als Mariupol kennen een constant duw- en trekwerk tussen het Oekraïense leger en de separatisten. Mariupol vormt, als grootste industriestad van het land, een populair doelwit. Beide landen willen deze stad, die een vierde van de totale uitvoer van Oekraïne op zijn rekening kan Russia_Ukraine_Crimea2_Reuters_360schrijven, maar al te graag in hun eigen kamp zien. Dit industrieel bolwerk vormt bijgevolg de ideale gevalstudie om de economische uitdagingen van een borderland aan te tonen. Deze economische factoren zijn nauw verwant aan de militaire factoren die een betwist grensgebied met zich meebrengt. Wie namelijk kan uitpakken met een het aanbieden van om en beide 30000 jobs –want dat is hoeveel mensen er werken in de grootste staalfabriek van de stad- heeft natuurlijk meteen een stapje voor op de vijand.

Verder zorgen dergelijke conflicten natuurlijk ook voor humanitaire en juridische problemen in de gebieden waar de conflicten plaats hebben. Aangezien er op de meeste momenten niet duidelijk is wie er recht moet spreken en/of zorg moet dragen voor de bevolking, is deze vaak de grootste gedupeerde. Omdat het grensgebied een niemandsland wordt, vallen de gezondheidszorg, politie, rechtspraak, voedselvoorziening en hulpdiensten volledig of gedeeltelijk weg en blijven de inwoners alleen achter. Het is hierdoor dat gewapende conflicten uiterst vaak uitdraaien op een penibele humanitaire situatie. Deze is hierbij ook een ernstig gevolg van een borderland. Ook in het Oosten van Oekraïne is dit een bekend tafereel: een bevolking die vast zit tussen twee linies en die door beiden dagelijks worden gebombardeerd met burgerslachtoffers als gevolg, die daarenboven niet de juiste medische hulp kunnen ontvangen door een gebrek aan logistieke en medische diensten.

Deze gevalstudie vormt het perfect voorbeeld van een borderland en de problemen die deze met zich mee brengt. Hiervan zijn er in de geschiedenis en in de actualiteit nog ontelbare andere voorbeelden op te noemen. Het begrip van borderland zorgt ervoor dat we soortgelijke situaties in een concept kunnen gieten en zo in context kunnen leggen. Het legt daarnaast ook, zoals hierboven reeds vermeldt, een verbinding tussen de historische en politieke wetenschap en zorgt er zo voor dat er context en duidelijkheid kan geschept worden over de internationale conflicten die de wereld toen en nu bezig hielden en nog steeds houden. Met dit concept en dit artikel is dan wel niet het volledige grensbegrip verklaart, toch is er duidelijkheid gebracht rond de problemen die zich voordoen op en rondom grenzen.

Goran Verluyten