Terrorisme en de media: a love story?

15612961193_ab7c67d98a_k

Foto: Guillaume Galmiche

 

Van een meningsverschil met je collega tot twee entiteiten die elkaar met tanks en rakettenwerpers te lijf gaan: sinds mensenheugenis maken conflicten, zijnde groot of klein, een deel uit van een samenleving. Ook op de dag van vandaag uitten deze conflicten zich op verschillende manieren. In het bijzonder de veelbesproken gruweldaden van terreurgroepering Daesh staan, vooral na de aanslagen in Parijs, in de spotlight van de media. Deze vorm van conflict, genaamd terrorisme, doet veel vragen rijzen rond de band tussen deze organisaties en de nieuwsverschaffers die over hun daden berichten. Is er eventueel een wederzijdse verstandhouding tussen beide? En wat is de invloed van deze relatie op het nieuws dat de consument onder ogen krijgt?

Religieus terrorisme of geesteszieke schutter

Bij de definitie van dit begrip loopt het al meteen mis. Er is namelijk nog steeds geen coherente beschrijving van terrorisme die iedereen aanvaard. Dit levert in de verslaggeving hierover herhaaldelijk problemen op. De partijen raken het niet eens over het verschil tussen een terroristische organisatie en vrijheidsstrijders. Hamas is een voorbeeld van deze moeilijke evenwichtsoefening. Ook over de rol van de staat in terreur is er nog onenigheid. De lijn tussen staatsterrorisme en gelegitimeerde militaire actie is zeer dun.

Voor velen kan dit op onbenullige muggenzifterij lijken, maar deze kwestie rijkt verder dan wat juridisch touwgetrek. Zo heeft de pers vrij spel over wanneer ze wel of niet de term terrorisme hanteren in hun verslaggeving. Bijgevolg kan hun woordenschat er erg bias uitzien. Hierbij komt overwegend de dubbele standaard bij de verslaggeving over moslimextremisten en radicalen met christelijke achtergrond in de kijker. Waar de schutters van de aanslagen in Parijs op 13 november al snel onder de noemer van moslimterrorisme worden geplaatst, wordt deze lijn niet voor iedereen doorgetrokken. Zo was er op 27 november een aanval op een centrum van Planned Parenthood in het Amerikaanse Colorado Springs. Hier berichtten de nieuwsoutlets over de schutter als lone-wolf, die waarschijnlijk geestesziek was. Is niet elke persoon die dergelijke daden verricht geestesziek? En waarom volgt de media dit spoor niet bij moslimextremisme? Waarom laat men bij de Planned Parenthood aanslag het woord terrorisme weg? Beide voorvallen voldoen namelijk aan de vereisten van terreur: het plegen van geweld met demoraliserend en angstwekkend doel in functie van het bereiken van een politiek oogmerk. Beide willen angst wekken om in de toekomst praktijken te voorkomen die niet stroken met hun (vervaagde) blik op de wereld.

Sensatie en zaaien van angst

Ondanks de moeilijke relatie tussen terrorisme en de pers, hebben beide elkaar nodig. Ze hebben een wederzijdse relatie met elkaar. De definitie van terrorisme waarborgt het gebruik van de media. Angst zaaien vormt het voornaamste doel van de meeste groeperingen, en dit op een zo aanzienlijk mogelijke schaal om hun politieke doel te bereiken. De angst valt, zonder de aandacht van de nieuwsverschaffers, moeilijk te verspreiden. Terreurorganisaties doen er dan ook alles aan om deze media-aandacht op te eisen. Ze willen veel slachtoffers maken, meestal op een drukke, symbolische plaats (Twin Towers, Stade de France), en dit op een gewelddadige manier. Om zodanig de nodige aandacht voor hun zaak te verkrijgen.

De media speelt echter onbewust in op de verspreiding van deze angst. Terreur, en hoofdzakelijk die binnen de grenzen van de westerse wereld, neemt steeds vaker een aanmerkelijk deel van een journaaluitzending in. Met uitgebreide analyses, verslagen ter plaatse, spectaculaire amateurbeelden en een live twitterfeed zorgen de verslaggevers dat het publiek niets hoeft te missen. De redactie, vaak onder tijdsdruk, is goed genoeg ingelicht om te weten dat dergelijke items een groot aantal views, hits en clicks voortbrengen. De term ‘sensatie’ valt hier het best bij te plaatsen. Om een zo uitgebreid mogelijk publiek te bereiken, wordt er over dergelijke gebeurtenis menigmaal op een sensationele manier verslag gegeven, die weinig effectieve nieuwswaarde heeft. Integendeel draagt dit soort journalistiek bij aan de mate waarin de bevolking angst heeft voor bepaalde fenomenen. De sensationele en uitgebreide verslaggeving zorgt voor een vertekend beeld van de werkelijkheid.

‘De definitie van terrorisme waarborgt het gebruik van de media.’

Deze verstandhouding zorgt voor een neerwaartse spiraal, waar de media-aandacht een stijging van het aantal terroristische daden teweeg brengt. Bekend hierbij is het fenomeen van de follow up attacks. Dit soort terreur vindt meermaals plaats in de periode na een grote terroristische aanslag die uitgebreid door de media werd opgevolgd. Dergelijke copy cats voeren gelijkaardige aanslagen uit in de hoop hun politieke doel te belichten in de daaropvolgende mediastorm.

Nuance en bewustwording

Moeten we dan stoppen met de verslaggeving over terreur uit angst de wil van de terroristen te voeden? Nee, uiteraard niet, dat zou in strijd zijn met de deontologische en ethische regels die de journalistiek dient te volgen. We moeten daarentegen wel bewust zijn van deze, wellicht onbedoelde, wederzijdse relatie tussen media en terreur. De berichtgeving over dit soort gebeurtenissen moet bovendien van de nodige nuance worden voorzien. Op deze manier dient te worden voorkomen dat de bevolking op basis van ongegronde veronderstellingen en spectaculaire beelden onnodig beangstigd wordt.

Goran Verluyten

Foto: Guillaume Galmiche

Jemen: Meer dan een eeuwenoud sektarisch dispuut

Yemen-Houthi-soldiers-jpg

Jemen zorgt vandaag voor nieuwe politieke beroering in het Midden-Oosten. Is dit het zoveelste conflict in de regio als gevolg van sektarische spanningen? Of is dit niet een ietwat bekrompen en simplistische voorstelling van de feiten door de meeste media? Misschien ligt een geopolitieke proxyoorlog aan de basis? Of zijn er andere sociaaleconomische factoren die mogelijk bijdragen aan dit conflict? Dit vraagt om een kritische analyse.

De situatie in Jemen neemt tegenwoordig het merendeel in van het nieuws over het buitenland en zet daarmee een nieuw gewapend conflict in het Midden-Oosten op de kaart. Dat er een conflict gaande is, is door de meesten wel geweten, maar wat er nu precies aan de hand is, blijft voor velen een vraagteken. Een antwoord op deze vraag is slechts mogelijk na een korte schets van de context waarin het conflict veroorzaakt werd.

Het Midden-Oosten kent als sinds jaar en dag strubbelingen tussen verschillende groeperingen die zowel ideologisch, religieus, territoriaal als politiek met elkaar in conflict liggen. Tegenwoordig staat vooral de strijd tussen sjiieten en soennieten in de kijker. Een eeuwenoude tegenstelling binnen de Dar Al Islam, ofwel het huis van de Islam, zorgt in ons hedendaags tijdsperk nog steeds voor een bloederige strijd in enkele islamitische landen. De strijd was weliswaar niet altijd even gewelddadig en er zijn zelf periodes waarbij beide stromingen vredig naast elkaar leefden. Een kantelmoment in deze religieuze tegenstelling is echter de heropleving van het, ietwat radicalere, twaalver-sjiisme na de Iraanse revolutie onder Ayatollah Khomeini in 1978. Hierdoor werd het Midden-Oosten duidelijk opgedeeld in landen waar sjiieten oftewel soennieten aan de macht waren. Sinds de Iraanse revolutie schikt Iran zich duidelijke in de positie als leider van de sjiieten in de regio. Langs de andere kant staan de koningen van Saudi-Arabië, die zich uitten als trouwe volgelingen van het wahabisme, een extreme stroming binnen de soennitische godsdienst.

Beide landen, zowel Iran als Saudi-Arabië willen hun leiderspositie in het Midden-Oosten vooropstellen door het steunen van guerrillabewegingen in andere landen. Dit soort oorlog, waarbij een land niet rechtstreeks in oorlog gaat met een ander land, maar de strijd voert op een ander grondgebied, noemt men in de vaktermen een proxyoorlog.

En is nu net niet Jemen het actuele schoolvoorbeeld van dergelijke proxyoorlog. Jemen is namelijk al jaren het bloederige strijdtoneel van ontelbare rebellengroeperingen, afscheidsbewegingen en terroristische organisaties. Neem hierbij dan de groeiende anti-Amerikaanse sentimenten na de invasie van Irak in 2003 en een kwade en verarmde bevolking en je bekomt al snel een explosieve cocktail van geweld die kleinschalige conflicten al snel kan ombuigen tot een regiogrote proxyoorlog waarbij de belangen verder rijken dan de landsgrenzen.

Maar wie zijn nu net die poppen, of puppets, zoals ze in het Engels wel eens genoemd worden, die gesteund en bestuurd worden door de grotere machthebbers in het Midden-Oosten? Ver moest er in het onstabiele en door oorlog verscheurde Jemen niet gezocht worden naar mogelijke bondgenoten in de strijd om de ‘juiste’ religie. Met Houthi-rebellen, een sjiitische afscheidsbeweging, in het noorden van het land is er een sterke bondgenoot gevonden voor de sjiitische landen in de regio, die mogelijk al enkele jaren deze rebellenbeweging voorzien in wapens en financiële middelen om het bestaande regime in Jemen omver te werpen. En dit leek hen schijnbaar te lukken toen de Houthi’s in september met succes de hoofdstad van het land in handen namen.

Daarnaast staat het land al enkele jaren bekent als het voornaamste opleidingscentrum voor de terroristische organisatie achter de 9/11 aanslagen: Al-Qaeda. Doordat verscheidene aanslagen op bondgenoot Amerika werden uitgevoerd door in Jemen opgeleide Jihadi, verhoogde de VS de druk op de regering in het land om de terroristische cellen hardhandig aan te pakken. Verschillende aanvallen werden uitgevoerd en de Verenigde Staten verleenden bijstand met verscheidene drone missies. Deze maatregelen zorgden voor geringe resultaten en vooral voor veel collateral damage. Dit verhoogde enkel de haatgevoelens tegenover de eigen overheid en de Verenigde Staten, en enkele burgerbewegingen besloten het heft in eigen handen te nemen door zelf de strijd aan te gaan met de terroristische cellen. Een groot deel van deze bewegingen groeiden in het zuiden uit tot groeperingen die vooral hun eigen onafhankelijkheid tot grootste doelstelling hebben en de zuidelijke havenstad Aden als uitvalbasis gebruiken.

Door de recente escalatie van het conflict en de verdere optocht van Houthi’s naar het zuiden is er een nieuwe speler op het, nu al complexe, strijdtoneel verschenen. Saudi-Arabië is namelijk sinds 23 maart als leider van de Arabische coalitie begonnen met het bombarderen van de sjiitische rebellen om deze te verstoren in hun mars naar het Zuiden. Sinds deze bombardementen is de kleinschalige burgeroorlog uitgemond in een regelrechte en totale oorlog waarbij meerdere spelers elkaar met gesofisticeerd oorlogstuig bekampen. De Arabische coalitie heeft de bombardementen tot 21 april voortgezet waarna er besloten is dat deze hun doel hadden bereikt, namelijk de opmars van de sjiitische rebellen te stoppen. Hierna hebben ze een vredesoffensief aangekondigd om de laatste verzetshaarden uit te schakelen en humanitaire hulp op te zetten zodat het door oorlog verscheurde land opnieuw aan zijn opbouw kan beginnen. Er komen echter nog steeds berichten binnen van zware bombardementen door gevechtsvliegtuigen en artilleriestellingen van de coalitie. De strijd mag dan wel verminderd zijn, een einde is echter nog lang niet in zicht.

Door deze korte schets van het conflict valt meteen op dat de situatie heel wat complexer in elkaar zit dan vaak voorgesteld door de meeste nieuwsverschaffers. Er is namelijk veel meer aan de hand dan een guerrillastrijd tussen twee stromingen binnen de Islam. Laat staan dat deze strijd louter en alleen over een geloofsovertuiging zou gaan. Dit sektarisch dispuut is weliswaar de rode draad binnen de meeste recente conflicten in het Midden-Oosten, maar onder deze oppervlakkige voorstelling gaan eerst en vooral heel wat sociaaleconomische problemen schuil die de onderlagen mobiliseren om de strijd aan te gaan met zogenaamde ‘ongelovigen’. Dit is slechts een motief dat door machtige belanghebbenden wordt gebruikt om strijders op een snelle manier te rekruteren.  Deze strijders, vaak jonge twintigers, hebben niks meer te verliezen in een maatschappij die al jaren geruïneerd wordt door conflict en economische tegenspoed. Ze worden op een effectieve manier gehersenspoeld om voor een hoger ideaal te vechten terwijl ze in feite vechten voor het behoud van de grond en olie van diegenen die hen financieren.

De bombardementen mogen dan wel zijn stopgezet en de consolidatie van de vrede mag dan wel van start zijn gegaan, een definitieve oplossing voor de gewapende conflicten in het land is er nog steeds niet. En zolang macht in de regio gebaseerd is op het bezit van land en olie en de bezitters hiervan zullen blijven inzetten op het gebruik van proxylegers is er niet meteen een einde van de conflicten in de regio in zicht.

Goran Verluyten.

Dit artikel werd gepubliceerd op opiniestukken.nl:

http://www.opiniestukken.nl/opiniestukken/artikel/967/Jemen-Meer-dan-een-eeuwenoud-sektarisch-dispuut

De kok die plots piloot werd: Opinie over het reilen en zeilen van de hedendaagse media

642x999_7583496

Dat de manier van werken bij de Vlaamse en Nederlandse media de laatste weken nogal vaak in opspraak is gekomen in -o ironie- de Vlaamse en Nederlandse media is voor haast niemand onopgemerkt voorbij gegaan. De ene lezersbrief na de andere, opiniestuk na opiniestuk, de commentaren stapelen zich langzaam op. Ook de reacties op sociale media liegen er niet om, er is duidelijk wat aan de hand in het Vlaamse medialandschap. Maar wat, en valt het op te lossen?

Het beheerst onze media hoogstwaarschijnlijk al een tijdje, maar god wat hebben we er de laatste tijd een overvloed aan: sensatie! Om de dingen bij naam te noemen, sensatie, dat Van Dale definieert als een sterke beroering door een verrassend voorval of bericht. Dit simpele begrip zorgt momenteel voor heel wat controverse over de berichtgeving van verscheidene Vlaamse nieuwsmedia. Waaronder ook de nieuwsverschaffers die eerder als kwaliteitsvol werden beschouwd zoals De Morgen en het Journaal. En daar ligt, in mijn opinie, het grootste probleem. Dat elk nieuwsmedium zijn eigen filosofie en strategie heeft over het omgaan met actuele gebeurtenissen en het verslag hiervan, lijkt me logisch. We leven dan ook in een democratisch land waar persvrijheid hoog in het vaandel wordt gedragen, bovendien ben ik al helemaal geen fan van eenheidsworst en dus steun ik iedere interpretatie van het journalistieke metier, hoe verschillend deze ook moge zijn.

Wat mij echter stoort is dat er in de, weliswaar kleine, wereld van de Vlaamse en Nederlandse mainstream nieuwsverslaggeving geen enkele speler meer overblijft die het nieuws brengt op een genuanceerde manier. Sensatievolle feitjes worden om ter snelst online geplaatst, vaak zonder spellingscontrole en compleet met een ronkende titel die, indien de lezer het artikel aanklikt, uiteindelijk voor een teleurstelling zorgt als men er achter komt dat er in feite weinig verscholen zit achter die uitnodigende kop. Dit fenomeen gaat door het leven onder de naam clickbait, door online nieuwsverschaffers in gebruik genomen op sociale media om hun advertentieopbrengsten een boost te geven. Bovendien is niet alleen de manier waarop het nieuws zijn publiek bereikt veranderd, ook de inhoud moet er stilaan aan geloven.

Het meest schrijnende voorbeeld deed zich slechts enkele weken geleden voor: de vliegtuigcrash in de Alpen met een toestel van Germanwings. Bij de berichtgeving hierover, toen er bekent raakte dat het toestel mogelijk was neergestort door toedoen van de copiloot, werd het een heuse race om zo snel mogelijk een gezicht op deze persoon te kunnen plakken, zoals de sensatie het wil. In deze race leken heel wat journalisten vergeten te zijn de bron van deze afbeelding deftig na te kijken. Ze googelden simpelweg de naam van de piloot ter sprake en haasten zich om als eerste de afbeelding op de sociale media los te laten. Wat later bleek: de foto die verspreid werd onder de ronkende krantentitels, toonde het gezicht van een naamgenoot, die in feite kok was in de Bern, nog nooit een vliegtuig had bestuurd en die daarenboven nog steeds op de aardbodem vertoefde. Naast deze lapsus in de bronnenkritiek liep de verslaggeving over dit nieuwsfeit ook nog op andere plekken spaak. Zo schuwden enkele het niet om de nabestaanden van de slachtoffers om een reactie te vragen, of doorzochten sommige onder hen het privéleven van de copiloot op zoek naar mogelijke aanleidingen voor de misdaad, die op dat moment niet eens helemaal bewezen was.

De media die hieraan schuldig bevonden werden, kregen het van een paar enkelingen behoorlijk te voortduren in diverse columns, blogberichten en opiniestukken, maar de wond werd snel gezalfd en onder het motto dat zelf de beste breister wel eens een steek laat vallen werd hen alles vergeven. Van dat andere motto over een ezel en een steen hadden sommige blijkbaar nog nooit gehoord en enkele weken later besloot een korps journalisten om zich toch maar weer aan die steen te stoten. De dood van oud-politicus Steve Stevaert joeg een schokgolf door Vlaanderen, maar het lijk was nog niet koud of nabestaande werden overspoeld met telefoontjes. Ondertussen speculeerden krantenkoppen er lustig op los en werd er alles aan gedaan om de dood van Stevaert zo sensatievol mogelijk te maken. Het zoveelste nieuwsfeit dat deze metier schaamrode wangen bezorgde.

De prangende vraag hierbij blijft dan welke nieuwswaarde een afbeelding van een betrokken persoon heeft? Of wat een lezer bijleert door een emotionele reactie van een familielid? Zijn dit soort fouten, die enkel de sensatie ten goede komen, en tegelijk zorgen voor collateral damage, die extra clicks wel waard? Is dit de richting die wij, als consumenten, uit willen met nieuwsverslaggeving?

Natuurlijk moet er hierbij enige nuance worden gebracht. Allereerst wil ik niet elke journalist of krant over de zelfde kam scheren en besef ik maar al te goed dat er over bovenstaande nieuwsfeiten in bepaalde gevallen wel correct bericht is gegeven. Ten tweede moet ook de hoge werkdruk die journalisten ervaren erkent worden, meestal veroorzaakt door de slopende concurrentie in het medialandschap. Daarnaast zijn de snelle ontwikkelingen in de wereld der journalistiek niet altijd even makkelijk te volgen en bracht de sociale media een nieuwe dimensie die voor een revolutie heeft gezorgd in verband met de snelheid waarmee de media zijn publiek bereikt.

Moet er wat tijd worden gegeven aan het vak om zich aan te passen aan de veranderlijke omstandigheden of hebben we hier te maken met het structureel probleem van een te hoge commercialisering van het nieuws? Waarbij clicks en winstcijfers boven kwaliteit staan. En waarbij het initiële doel van de journalistiek, dat van de vierde macht als onafhankelijk controleorgaan, stilaan aan de kant wordt geschoven? Indien dat laatste het geval is, moet er dan worden gepleit voor een Nieuwe Journalistiek, waarbij het winstbejag opnieuw geplaatst moet worden onder de notie van kwaliteit? Stuk voor stuk vragen die nog niet meteen voor een oplossing staan en waar eerst mogelijk nog ontelbare piloten moeten verward worden met hun naamgenoot.

Goran Verluyten

Dit artikel verscheen ook op opiniestukken.nl.
http://www.opiniestukken.nl/opiniestukken/artikel/961/Is-dit-de-richting-die-wij-als-consumenten-uit-willen-met-nieuwsverslaggeving